Kerkgeschiedenis

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm

De Vroege Kerk

Actualiteit: Uniek mozaïekvloertje in Jeruzalem gevonden
Read more...
Actualiteit: Onvrije wil? Rome zegt het en daarmee uit
Read more...
Actualiteit: Waarom eerste christenen elkaar begroetten met een heilige kus
Read more...

HeksBezem en puntmuts, in stripverhalen zijn dat de attributen van een heks. Ook met Halloween kom je ze veel tegen. Voor een Middeleeuwer was een heks minder makkelijk herkenbaar. Maar dat ze bestonden, stond buiten kijf. En net als bijvoorbeeld in Shakespeares toneelstuk ‘Macbeth’ waren heksen gevaarlijk. De heksenvervolgingen bewezen hoe serieus de dreiging van de dienaren van de duivel werd genomen. Maar wanneer was je nou een heks?


Marrichgen Arriens was een vrouw van zeventig jaar. Haar geld verdiende zij met de verkoop van kruiden. Wie haar het eerst beschuldigde? Misschien een ontevreden patiënt. Of was het dat jongetje dat haar bespiedde? Hij beweerde later dat Marrichgen gedreigd had hem te betoveren. Volgens het vonnis had ze de jongen aangeraakt en gezegd weg te gaan, waarna zijn hoofdhaar ‘kromp’. De jongen was gaan schreeuwen tot Marrichgen het leed ongedaan had gemaakt. Hoe dan ook, Marrichgen belandde in oktober 1591 in het gevang.
Of Marrichgen gemarteld werd, is niet bekend. Met heksen werd over het algemeen niet zachtzinnig omgesprongen. De notulen van het verhoor melden dat Marrichgen haar bekentenis ’buyten banden van yseren’ aflegde. Vrijwillig of niet, Marrichgen bekende dat zij begin 1580 in Vianen de duivel had ontmoet. Ook zou zij een verbond met de duivel – die zich ‘Heynken’ noemde – hebben gesloten. Marrichgen zou seks hebben gehad met de duivel, die haar goud en zalf gaf. Met dat ‘potgen mit zalve’ had Marrichgen een paar mensen betoverd.


Burgers en boeren

Dat heksen konden toveren, dat geloofden de Middeleeuwers wel. Maar niet iedereen dacht hetzelfde over de duivelse dreiging. Voor burgers was de heks een theologisch gevaar, want heksen waren trawanten van de duivel. De heks sloot, net als Marrichgen Arriens, een pact met de duivel: de duivel beloofde rijkdom en aards geluk in ruil voor de diensten en ziel van de heks.
Tijdens ‘heksensabbatten’ werd de duivel vereerd en werden zonden bedreven. En omdat heksen zouden kunnen vliegen, zag nooit iemand een heks op weg naar zo’n sabbat…
Ongeletterden, met name boeren, dachten vaak anders over de heks. Voor hen was de heks een praktisch gevaar, want met zijn of haar toverij bracht een heks schade toe aan mensen, vee en gewas. Sterfte van mens en dier, de vele mislukkingen die optraden als gevolg van het gebrek aan kennis, alles kon aan heksen worden toegeschreven.
Er was een groot verschil tussen burgers en boeren als het gaat om de manier waarop men over heksen dacht. Want in tegenstelling tot veel boeren, waren de burgers vaak kritisch: niet iedere beschuldiging van hekserij werd geloofd. In Spanje bijvoorbeeld werden tussen 1540 en 1700 meer dan 44.000 mensen beschuldigd van hekserij. ‘Slechts’ 826 werden veroordeeld en geëxecuteerd.


Afbeelding uit de HeksenhamerDuivelse sekte

Marrichgen Arriens is een van de Nederlandse slachtoffers van de laat-Middeleeuwse heksenjacht.
Waar kwam deze angst voor heksen vandaan? En hoe kon het dat zoveel – waarschijnlijk vaak onschuldige – mensen werden gedood? Voor de heksenvervolging aan het eind van de Middeleeuwen zijn heel wat verklaringen te noemen:
De meest logische verklaring is dat er écht sprake was van hekserij. Verschillende historici schreven over heksen die hun ziel aan de duivel verkochten en urineerden in doopvonten. Ook zou er sprake zijn van een soort duivelse sekte. Maar de bewijzen dat die dingen echt gebeurden, zijn mager, ook al hadden sommige mensen de schijn tegen. Zo beweerde een Spaanse vrouw heks te zijn en ze vervloekte haar man regelmatig tijdens echtelijke onenigheid. En een Engelse vrouw bad op het kerkhof of de duivel haar wilde meenemen.

Andere onderzoekers meenden dat de vermeende heksen vaak krankzinnig waren. Hoewel dat mogelijk in een aantal gevallen zo was, wordt daarmee niet verklaard waarom krankzinnigen aan het eind van de Middeleeuwen plotseling als heks werden beschouwd. Want er leefden natuurlijk ook al eerder gekken en gestoorden.


Seksisme zou volgens feministische historici een goede verklaring zijn. Mannen die de macht over vrouwen wilden hebben, zouden de jacht op vrouwen hebben geopend. Maar waarom werden er dan ook veel mannen van hekserij beschuldigd? En waarom werden er zelfs meer mannen gedood dan vrouwen? Zoals een historicus schreef, waren er onder de gedode heksen ‘rijke burgers, stadsbestuurders, studenten, schooljongens en kleine kinderen.’

 

Twee andere soorten verklaringen zoeken een antwoord in de sociale sfeer. Veranderingen in de maatschappij en een grotere saamhorigheid zouden hebben geleid tot gevoelens van onrust. De vermeende heksen zouden daar het slachtoffer van zijn geweest.


Weer een andere oorzaak zou de hebzucht zijn geweest: heksen werden beschuldigd door mensen die jaloers waren en zich zo meester konden maken van de bezittingen van de heks.


En natuurlijk gaven verschillende historici ook de kerk de schuld. Logisch, want theologische ideeën speelden een bijzonder belangrijke rol bij de heksenvervolging. Zowel rooms-katholieken als protestanten namen deel aan de heksenvervolgingen. Bijbelse gronden zijn hiervoor te over: ‘De Bijbel leert ons dat er heksen zijn en dat zij gedood moeten worden. God gebiedt nadrukkelijk dat alle heksen en toverkollen ter dood gebracht zullen worden; en deze wet van God is een universele wet,’ zo citeert de Engelse historicus Trevor Rope een theologische studie.


Logisch geloofMalleus Maleficarum, Lyon, 1669

De Bijbelse basis voor de heksenjacht was een tekst uit Exodus: ‘De toveres zult gij niet laten leven.’ Binnen de roomse kerk werd het idee van de heks uitgewerkt in het boekwerk Malleus Maleficarum. De ‘Heksenhamer’, zoals het boek werd genoemd, beschreef het gedrag van heksen evenals de daartegen te nemen maatregelen. De roomse kerk begon met de heksenjacht, maar ook protestanten deden mee.
De Amerikaanse socioloog Rodney Stark koppelde het verschijnsel heksenvervolging aan het geloof in één God. Hij beweert heel overtuigend dat juist het logische, christelijke geloof leidde tot de gedachte dat hekserij werkte.
Christenen geloven in een betrouwbare, goede God die niet de oorzaak is en geen schuld heeft, aan de zonde. Maar wie dan wel? Het antwoord was: de duivel en zijn dienaars en dienaressen.
Die gedachte bloeide volgens Stark vooral op in gebieden waar geprobeerd werd de magische volkscultuur te bestrijden én waar religieuze onrust bestond en waar de overheid te zwak was om de volkswoede te beteugelen.


Slecht humeur

Welke verklaring ook aan de heksenjacht wordt gegeven, de angst voor heksen leidde tot heksenvervolgingen. Aan het eind van de Middeleeuwen staken de eerste vervolgingen de kop op. Bijna een eeuw lang bleef het aantal slachtoffers beperkt. In honderd jaar tijd werden 63 heksenprocessen gevoerd. Maar vanaf het jaar 1450 na christus steeg het aantal heksen dat werd gedood. In de vijftiende eeuw kwam het tot 347 processen. Hoogtepunt van de jacht lag in de eeuw tussen 1550 en 1650 na Christus, met duizenden slachtoffers als gevolg. In de eeuw daarna nam de heksengekte langzaam af.
Marrichgen Arriens was een van de laatste ‘heksen’ die in Nederland werd terechtgesteld. Het proces tegen haar is typerend voor veel heksenprocessen. Iedereen kon worden beschuldigd van hekserij, maar een hoge leeftijd, een beroep als kruidenvrouw en een eigenaardig karakter of slecht humeur maakten iemand verdacht.
Na de arrestatie werd de verdachte ondervraagd. Zoals gebruikelijk in de Middeleeuwen aarzelden de ondervragers niet om martelingen te gebruiken. Veel ondervraagden overleefden de ondervragingsfase niet: de martelingen waren te wreed. In Engeland was marteling verboden, maar aan veel verdachten werd eten geweigerd, ze werden geslagen, dagen en nachten lang wakker gehouden en op alle mogelijke manieren slecht behandeld. Heksen werden in het water gegooid: de gebonden heks was schuldig als ze bleef drijven, onschuldig als ze zonk – ook al overleefde de onschuldige de bewijsvoering vaak niet.
Afgelegde bekentenissen leidden in veel gevallen tot verdere vervolgingen. Het gevolg was een kettingreactie, waarbij ‘medeplichtigen’ gedwongen werden nieuwe namen te noemen. Werd een heks veroordeeld, dan volgde vaak de doodstraf.
Een deel van de heksen werd onthoofd of verbrand of allebei. Een ander deel van de heksen kwam er met lichtere straffen vanaf.
Marrichgen Arriens kwam er niet zo makkelijk vanaf. Schuldig, luidde het oordeel van de rechtbank in Schoonhoven op 18 december 1591. Ze werd ‘geworcht’ en haar lijk werd ‘verbrant tot stoff.’ Van Marrichgen resteert alleen nog haar kruidentas. Die wordt in het gemeentehuis van Schoonhoven bewaard, als aandenken aan een betoverde tijd.

 

Miljoenen slachtoffers?

 

Hoeveel slachtoffers vielen er door de heksenjacht? Op die vraag zijn in de loop van de geschiedenis veel verschillende antwoorden gegeven. En die antwoorden lopen uiteen van tienduizenden tot miljoenen. „Negen miljoen,” schatte een Engelse historicus, „maar het zouden er meer kunnen zijn.”
Dat deze cijfers sterk overdreven zijn, blijkt uit archiefonderzoek. Zo werd beweerd dat er in Engeland tussen 1600 en 1680 zo’n 42.000 heksen zouden zijn verbrand, maar archiefstukken laten zien dat er in drie eeuwen niet meer dan duizend heksenverbrandingen plaatshadden. Beweerd werd dat er in Zweden 99 doden vielen, maar onderzoek wijst uit dat 17 vermeende heksen werden onthoofd en verbrand.
En om niet meer te noemen: de schatting van 7.500 doden in Schotland blijkt vijf keer te hoog.
Al met al is het onwaarschijnlijk dat er meer dan 100.000 slachtoffers vielen, aldus de Amerikaanse wetenschapper Stark. Sommige wetenschappers vermoeden zelfs dat het aantal hooguit 60.000 is geweest. Een ontstellend aantal mensenlevens natuurlijk, maar vele malen minder dan de dramatische cijfers van feministische historici.
 

Magie is hot

 

De afgelopen jaren is de ene na de andere film verschenen waar flink wat bovennatuurlijke gebeurtenissen in voorkomen. Magie verkoopt en wordt zo vaak aangeboden dat je misschien wel denkt dat het normaal is. Met een beetje ‘fantasie’ maak je boeken en films lekker spannend.
Denk bijvoorbeeld aan de boeken van Paul van Loon, Harry Potter en de televisieserie ‘Het Huis Anubis’. Door alle aandacht die dit oproept, kan de interesse voor magie worden gewekt. Waarom het niet eens uitproberen? Want als het om iets uit de fantasie gaat, dan kan het toch geen kwaad? Een film of boek is toch niet echt?
En als je er niet in gelooft, hoef je jezelf toch ook geen zorgen te maken?
Maar als dat zo is, wat zeg je dan van het feit dat Jezus boze geesten uitdreef? En als je je geen zorgen hoeft te maken, waarom hebben christenen dan te strijden tegen de geestelijke boosheden in de lucht (Efeze 6)? Wat de Bijbel daarmee wil zeggen, is dit: de strijd is geen fantasie maar werkelijkheid. Voor je het weet zit je gevangen in de wereld van de moderne hekserij. Weet wat je leest, weet wat je kijkt.

 

Echte heksen

 Heks

De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat contact met de duivel mogelijk is. Occultisme, satanisme en hekserij bestaan echt. In het boekje 'Duivels dichtbij' geeft S.D. Post een aantal voorbeelden.

Een Duits echtpaar vermoordde in 2002 een kennis, in opdracht van de duivel. En een Italiaanse satanist doodde en offerde een meisje en haar vriend.
Ook in Nederland is er veel aandacht voor hekserij en wicca. Op Nederlandse stranden worden bij volle maan ceremonies gehouden door mensen die zich heks noemen. Films als Harry Potter en tijdschriften zoals 'Witch' doen het goed. Ze verleiden, vooral jongere, vrouwen om met hekserij te experimenteren.
De Bijbel waarschuwt tegen deze praktijken: ‘Onder u mag niemand gevonden worden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, die waarzeggerij pleegt, die wolken duidt of aan wichelarij doet, die een tovenaar is, die bezweringen doet, die een dodenbezweerder of een waarzegger raadpleegt, of die bij de doden onderzoek doet. Want iedereen die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE’ (Deuteronomium 18:10-12).


In de Middeleeuwen en de eeuwen daarna werden ‘tovenaars’ – net als in het oude israël – gedood. Of dat gebod voor christenen nu nog geldt?
Het antwoord op die vraag hangt nauw samen met het antwoord op de vraag of de doodstraf Bijbels is of niet. Opvallend is dat de apostel Paulus het meisje met de waarzeggende geest niet doodt of straft. Daar hadden de apostelen wel de macht voor, zo blijkt op verschillende plaatsen in Handelingen. Paulus stuurt de waarzeggende geest weg en daar blijft het bij. Daarmee treedt de apostel in de voetsporen van Jezus, Die wel de duivel verdreef, maar niet de zondaar doodde.
Voor de duizenden Middeleeuwse ‘heksen’ hebben die woorden geen betekenis meer. Zij zijn helaas slachtoffer geworden van een duivelse gekte.

 

Puntmuts en bezem

 

HeksOf de puntmuts een Middeleeuws uitrustingsstuk van de heks was, is maar de vraag. Voor de bezem ligt dat anders: veel Middeleeuwers geloofden dat heksen konden vliegen.

Bezem en heks zijn in de eeuwen na de Middeleeuwen altijd aan elkaar verbonden gebleven. Ook in de Harry Potter-boeken en -films wordt gevlogen met ‘Helleveeg’- en ‘Nimbus‘-bezems.
Dat heksen zich moeiteloos konden verplaatsen, wordt ook in het boek Malleus Maleficarum beschreven.
Schrijver van de ‘heksenhamer’ – zoals het boek ook wordt genoemd – was Heinrich Kramer, een monnik met een beruchte reputatie als het gaat om het bestrijden van heksen. Het boek beschrijft vormen van hekserij en vertelt hoe heksen kunnen worden herkend en berecht.
Kramer schrijft: ‘Er was een man die ooit een geleerde was en nu priester in het bisdom Freising is, die zegt dat hij op een bepaald moment door een duivel lichamelijk door de lucht is meegevoerd en meegenomen naar de meest afgelegen gebieden.’ Dat doet veel denken aan (en Kramer verwijst daar ook naar) de duivel die Jezus meenam naar een hoge plaats om hem de wereld te laten zien.

 

WEET MEER:
Robin Briggs, Witches and neighbours.
The social and cultural context of European witchcraft
Norman Cohn, Europe’s inner demons.
The Demonization of christians in Medieval Christendom
B.P. Levack, The witchhunt in early modern Europe
H.R. Trevor Roper, The European witchcraze of the 16th and 17th centuries
Rodney Stark, For the glory of God. How monotheism led to reformations, science, witch-hunts and the end of slavery.


Dit artikel verscheen eerder in Weet. magazine nr. 11 (oktober 2011). www.weet-magazine.nl.