Nieuwe spiritualiteit

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm

Door drs. Martie Dieperink

Het wezen van oosterse meditatie

In New Age kent men tal van technieken om het bewustzijn te verruimen en met geesten te communiceren. Men maakt daarbij vaak gebruik van oosterse meditatietechnieken. De bekendste zijn Zen-meditatie en Transcendente Meditatie.

Oosterse goeroes hebben ze in het Westen geïntroduceerd als neutrale technieken die niet aan een bepaalde religie gebonden zouden zijn en die men dus ook als christen zou kunnen beoefenen. Inderdaad zijn ook christenen deze meditatietechnieken gaan beoefenen en er zijn zelfs kloosters waar men yoga en zen in de christelijke spiritualiteit heeft geïntegreerd. Is dit verantwoord?

Wijlen ds. Van Dam, een bekende protestantse exorcist, vertelde eens dat demonen hadden uitgeroepen: “Wij hebben toegang tot de katholieke kerk door de yoga en de zen in de kloosters.” Of dit waar kan zijn en hoe dit mogelijk is, willen we nu zien te begrijpen.

In de oosterse filosofie gaat men er van uit dat men de verlichting kan bereiken door het denken uit te schakelen. De goddelijke werkelijkheid is, zegt men, boven alle woorden en gedachten verheven. Verlichting betekent dan ook dat men alle woorden en gedachten overstijgt en in een toestand van innerlijke leegte opgaat in het goddelijke. De toestand die men zo bereikt is niet in woorden te vatten. De Boeddha kon ook niet werkelijk in woorden uitdrukken wat deze toestand van verlichting, die hij het Nirvana noemde, inhoudt. Het is echter nooit het doel van christelijke spiritualiteit geweest het denken totaal uit te schakelen en een leeg vat te worden. Theresia van Avila waarschuwde voor een dergelijke geestestoestand. Ze zei:

“Nooit mogen wij proberen het eigen verstand door allerlei kunstgrepen stil te leggen om daar innerlijk, leeg en werkeloos als dwazen te blijven wachten en uit te kijken of God (de verlichting) niet komt.” [61]

Het is niet alleen dwaas om jezelf leeg te maken, maar ook gevaarlijk. Want als je je denken uitschakelt en je jezelf innerlijk leeg maakt, word je een vat voor allerlei machten en krachten die niet van God zijn. Zo kunnen de demonen inderdaad greep op je krijgen. Dan kunnen we ook het verhaal begrijpoen van de hindoe die een strijd tegen krankzinnigheid te voeren kreeg, omdat hij meditatie beoefende en zijn geest leegmaakte. Maar geldt dit ook voor zen?

 

 

 

ZENBOEDDHISME

 

De verlichting

Laten we nu eerst zien wat men door zen-meditatie kan ervaren. Prof. H. van Straelen SVD, die zelf een tijdlang in Japan zen-meditatie heeft beoefend, vermeldt in zijn boek De niet christelijke godsdiensten en het christendom hoe Imagita Kôsen, een van de grote zen-meesters uit de Meiji- Periode (1868-1912) de volgende beschrijving van zijn verlichtingservaring geeft:

“Gedurende de nacht, tijdens een za-zen oefening, was plotseling de afscheiding tussen vroeger en later weggevallen. Ik trad het rijk van het wonderbaarlijke binnen en bevond mij in het land van de grote Dood. Iedere waarneming van het Zijn van alle dingen en van het Ik was verdwenen. Ik voelde slechts hoe in mijn lichaam een geest zich tot duizenden werelden uitbreidde en hoe een oneindige lichtglans ontstond. Na een korte wijle begon ik te ademen. Als bij een bliksemflits waren ineens zien, horen, spreken en mij bewegen geheel anders geworden. Toen ik de hoogste waarheid en de wonderbaarlijke betekenis van het universum zocht, was mijn eigen Zelf zeer helder en alle dingen lagen voor mij open. In een overmaat van verrukking vergat ik dat mijn handen zich vanzelf op een neer bewogen en dat mijn voeten begonnen te dansen.’” [62]

Kôsen is niet in contact gekomen met de levende God, maar met een Doodsgeest.

Hakuin (1685-1768), die door Suzuki de stichter van de moderne zen wordt genoemd, beschrijft zijn eerste verlichtingservaring als volgt:

“In mijn 24ste levensjaar verbleef ik gedurende de lente in het Eiganji-klooster en beoefende ijverig ascese. Ik sliep in het geheel niet noch overdag noch ’s nachts en ik vergat te eten. Plotseling stond de Grote Twijfel voor me. Ik voelde me geheel verstijfd en bevond me in een vele duizenden kilometers grote ijsvlakte. Een heel buitengewone heldere ongereptheid kwam in mij op. Ik kon noch vooruit noch achteruit lopen, maar was buiten mijn zinnen. Alleen het éne woord niets stond voor me. Bij de les van de meester hoorde ik wel de verklaring en toch was het nu alsof ik in de lucht zweefde. Deze toestand duurde verschillende dagen tot ik ’s nachts de tempelklok hoorde en de omwenteling ervoer. Het was als het barsten van een ijslaag of het ineenstorten van een kristallen toren. Toen ik plotseling wakker werd, gebeurde met mij hetzelfde als met meester Yen-t’ou, die de drie momenten van de tijd, te weten verleden, heden en toekomst, doorleefde. Met luider stem riep ik uit: Hoe wonderbaarlijk toch! Er is geen ontlopen meer nodig uit de kringloop van leven en dood, noch is er een streven naar verlichting vereist. De 1700 ingewikkelde kôan-opgaven zijn niet waard bekeken te worden. Mijn trots verhief zich als een berg, hooghartigheid en geestdrift borrelden op als een vloed. Ik dacht heimelijk dat er sedert twee-of driehonderd jaar nog nooit zo’n doorbraak gepaard met zulk een verrukking als de mijne geweest was. In deze stemming vertrok ik naar de provincie Shinano.” [63]

Ook hij heeft God niet ontmoet, maar de Twijfel en het Niets. Zijn ervaring heeft hem vreselijk trots gemaakt. We hebben geleerd waar een geest van hoogmoed vandaan komt.

Oosterse verlichting is heel wat anders dan wat in de Bijbel met “verlichting” wordt bedoeld. In de brief aan de Hebreeën (zie Hebr. 6:4) wordt met de verlichting, zo leren we uit de oudchristelijke literatuur, de doop bedoeld. Wat deze verlichting inhoudt, vertelt de kerkvader Cyprianus (210-258 n. Chr.), die na zijn bekering als volwassene werd gedoopt:

“Ik was gebonden door de talloze zonden van mijn oude leven en ik kon niet geloven dat ik daarvan bevrijd kon worden. Dus was ik geneigd om maar in deze situatie te berusten en aan mijn ondeugden toe te geven, alsof ze nu eenmaal bij me hoorden. Maar nadat door het bad der wedergeboorte (de doop) deze smet van mijn vroegere jaren was weggewassen en een licht van boven, helder en zuiver, in mijn verzoende hart was binnengekomen, - nadat door de Geest van boven een nieuwe geboorte mij tot een nieuw mens had gemaakt -, toen begon, op een wonderbare wijze, wat onzeker was voor mij zeker te worden. Verborgen dingen werden geopenbaard, duistere dingen werden helder, wat tevoren moeilijk had geleken, kon nu verwerkelijkt worden en wat onmogelijk leek, kon mogelijk worden. Vroeger was ik vlees, zondig, van de aarde, maar nu was ik van God en was ik bezield met de Geest van heiligheid.” [64] 

Deze verlichting betekent dat we een nieuwe schepping worden: we worden een kind van God en ontvangen de Geest van liefde en heiligheid.

Zen-meditatie

Het Zenboeddhisme is in China ontstaan en vanuit China naar Japan gekomen, waar het grote invloed heeft uitgeoefend op de literatuur en de kunst. Omdat het moeilijk is aan niets te denken, zijn er allerlei hulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld de mondo (dialoog) of de kôan (een irrationele spreuk), om het denken te laten doordraaien en de mens zo voor de “verlichting” rijp te maken.

Om een paar voorbeelden van een mondo te geven:

  • Telkens als een oude meester naar de betekenis van zen gevraagd werd, stak hij een van zijn vingers op. Dat was zijn hele antwoord. Een ander schopte tegen een bal. Weer een ander gaf de vragensteller een klap in het gezicht. Een nog niet gewijde monnik die vol eerbied over de Boeddha spreekt, krijgt opdracht om zijn mond te gaan spoelen en dat vieze woord nooit meer uit te spreken…
  • Een monnik benadert een meester met de woorden: “Ik ben juist naar dit klooster gekomen. Wilt u zo goed zijn me onderricht te geven?” De meester vraagt hem: “Heb je al ontbeten?” “Ja”, is het antwoord van de monnik. “Ga dan je kom wassen”, is de opdracht van de meester. Dat gesprek zou zijn doel bereikt hebben. De vragensteller begreep hierdoor wat de betekenis van zen is.

Een kôan is een korte, veelal onlogische en onbegrijpelijke spreuk. Om een paar voorbeelden te geven:

  • Iedereen kent het geluid van twee klappende handen. Wat is het geluid van één klappende hand?
  • Een monnik vroeg aan Umon: “Wat is een Boeddha?” en Umon antwoordde: “Gebruikt toiletpapier.”

Soms wordt er fysiek geweld toegepast.  Prof. van Straelen schrijft:

“Wij horen van een meester die de zware deur van de kloosterpoort dicht wierp juist toen een leerling passeerde en zo diens been brak. De leerling bereikte op dit ogenblik de verlichting. Een andere meester liet zijn leerlingen onbarmhartig afranselen terwijl hij zei: ‘Als je het niet begrijpt, dertig stokslagen. Als je het wel begrijpt, ook dertig slagen.’”

Een tweede stap op de weg naar het bereiken van deze innerlijke leegte, - zo vervolgt Prof. van Straelen – bestaat uit bepaalde voorstellingen, die als in een hallucinatie voorbijtrekken.

“Men ziet bijvoorbeeld de gestalten van wezens die er niet zijn. Soms verschijnen wilde dieren of één groot oog waardoor men aangestaard wordt. Doordat het verstand in zijn normale werking stilgelegd wordt, is het alsof uit de diepten van het onderbewustzijn vormen en gedaanten opstijgen en zelfs tot dusver ongekende krachten zich presenteren. Dit moet verklaard worden door het onderbreken van wat men het gewone positieve denk- en wilsleven kan noemen… Na enige tijd is het alsof hij ‘uitgeleefd’ is en wordt het stil in hem.” [65]

En dan kan de verlichting komen, denkt men.

Het doel van de zen-meditatie is dus ook om het normale denken volledig uit te schakelen. We moeten er dan ook ernstig rekening mee houden dat de ongekende krachten die worden opgewekt, demonische machten zijn.

Dat men op deze wijze niet God ontmoet maar duistere geesten, blijkt ook uit de “ethiek” van Zen.

Zo vindt men in een van de oudste zen-gedichten de volgende raadgeving:

“Als gij de volle waarheid wilt weten, bekommert u dan niet om goed en kwaad. Het conflict tussen goed en kwaad is juist de ziekte van de geest.”

Door de zen-verlichting houdt de zedelijke orde op, hetgeen fundamenteel in strijd is met de christelijke en ook algemeen menselijke normen en waarden. In het christendom geeft de verlichting ons een geest van naastenliefde en heiligheid, zoals we bij Cyprianus zagen.

 


[61]  Geciteerd in: H.J.J.M. van Straelen S.V.D. De duisternis van Zen en het licht van de christelijke mystiek, Tilburg 1979.

[62] H.J.J.M. Van Straelen S.V.D. De niet-christelijke Godsdiensten en het Christendom, Tabor, 1991, p. 171,172.

[63]  Id., p.171.

[64]  Zie: Ante-Nicene Fathers, deel V, brief 1.

[65]  Id, p. 169.

 

© paranormal-ministry.com – Martie Dieperink