Nieuwe spiritualiteit

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm

Door drs. Martie Dieperink

Jezus-channeling

We hebben in het vorige artikelen diverse criteria behandeld waaraan we een valse geest kunnen herkennen. Er is het subjectieve criterium of iemand nederig is en liefdevol, maar er is ook de objectieve toetssteen of Jezus Christus als de Gekruisigde wordt beleden. We zullen in dit hoofdstuk doorgaan met het leren onderscheiden van geesten en dan speciale aandacht schenken aan Jezus-channeling.Jezus

 

Een valse Jezus

Het kunnen onderscheiden is noodzakelijk, want er zijn zelfs demonen die zich als Jezus presenteren! Dat dit mogelijk is, weten we uit de praktijk van het exorcisme en de bevrijdingsbediening. Als een exorcist boze geesten gaat uitdrijven, maken die zich soms als “Jezus” bekend. De Duitse evangelist Kurt Koch vertelt dat, als demonen die beweren Jezus te zijn, in de naam van Jezus Christus het bevel krijgen zich bekend te maken, ze gaan uitroepen: “Ik ben de onheilige Jezus” of: “Ik ben de Jezus van satan.”

 

Mensen kunnen een verschijning krijgen van een valse engel die zich Jezus noemt en/of ze horen een stem die zich als Jezus bekend maakt. Een pater-exorcist had in zijn bediening herhaaldelijk te maken met valse Jezussen, waarbij het om vroomgeesterij ging. Hij vertelde eens:

 “Laatst had ik te maken met een jongeman die beweerde dat Jezus hem verschenen was: die ‘Jezus’ had hem gezegd dat hij meer moest bidden. Wat hij ging doen. Een tijdje later verscheen die Jezus hem weer en beval hem het doen van een drietal goede werken aan. Wat hij ging doen. Maar weer wat later zei diezelfde Jezus ineens: ‘Maar die zonde zal ik je niet vergeven, ik ben heel boos op je!’ Waarop die jongen helemaal in elkaar klapte en hij bij mij terechtkwam. Ik heb hem verteld dat hij te grazen was genomen door een nep-Jezus: een demon die zich voor Jezus uitgaf.”

Een valse geest herkent men o.a. aan zijn hardheid. Men heeft niet altijd onmiddellijk door dat men bedrogen wordt, omdat demonen goed beginnen en vroom overkomen.

 

Dwaalleren?

Ook Janny Post, over wie we hiervoor geschreven hebben, beweert dat ze Jezus heeft gezien.

 “Zijn helblauwe ogen gingen dwars door me heen… Daar stond Hij in het kruis van licht… Daar leerde ik dat het kruis van het licht de Christusenergie is. De overschaduwing van Jezus in Christusgedaante. Jezus zag ik ook wel eens als persoon, dan zag ik hem als mens. Maar als er een bijzondere gebeurtenis plaatsvond zoals nu, dan was hij overschaduwd met het Christuslicht. Een zeer hoge energie van kracht van Weten, een kracht, een licht, een energie, die wij allen over ons heen kunnen laten schijnen als we tot vervolmaking van de ziel komen. Wanneer we verlicht zijn, kunnen we allen het contact maken met de Christusenergie.” [42]

Het is dus de vraag of ze de echte Jezus heeft gezien. We kunnen denken: waarom zou Paulus de echte Jezus hebben gezien en Janny Post niet? Hoe beoordelen wij dat? Helaas moeten we constateren dat ze dezelfde dwalingen omtrent de persoon van Christus verkondigt als de gnostici in de oude Kerk. De gnostici bedachten, zoals we gezien hebben, de dwaling dat Jezus bij de doop in de Jordaan een kosmisch bewustzijn, een Christusbewustzijn kreeg. Evenzo is voor New Agers Jezus dus een mens die door een Christusbewustzijn overschaduwd werd. Wij allen kunnen volgens hen een Christus worden.

Een valse geest zal dwaalleren en een onzuiver evangelie, ja een onzuiver Jezusbeeld verkondigen. Om een onzuiver Jezusbeeld te ontmaskeren is het belangrijk dat we de Bijbel goed kennen. Veel interesse heeft Janny Post niet om de Bijbel te lezen.

 “De Bijbel is voor mij een naslagwerk die ik af en toe nodig heb om mezelf te begrijpen.” [43]

Zo kan ze gemakkelijk worden misleid.

Volgens de Bijbel is er meer aan de hand dan alleen verkeerd denken als een dwaalleer verkondigd wordt. Achter de dwaalleer gaat een verkeerde geest schuil. Er zijn dus dwaalleren omdat er dwaalgeesten zijn. Zoals God een mens kan inspireren door de Heilige Geest, zo kan ook satan de gedachten van mensen beïnvloeden.

“De Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen het geloof zullen opgeven door te luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren” (1 Tim. 4:1).

In het postmoderne denken is het niet meer gebruikelijk om van dwaalleren te spreken. Iedereen kan zijn eigen waarheid hebben. Men gaat niet meer van één Waarheid uit. Een reiki-meester schreef me: “Laat mijn Waarheid zuiver, dan kan ik jouw Waarheid ook zuiver houden.” Ook al denken we verschillend, we zouden dus beide waarheden als zuiver moeten beschouwen. Op deze wijze wordt alles tot waarheid en is er geen plaats meer voor dwaling en leugen. Dat lijkt op het eerste gezicht erg mooi en aantrekkelijk, maar het betekent wel dat we niet meer alert zijn op misleiding en de leugens van de satan niet meer doorzien. En daar is het de satan juist om te doen.  Hij is maar al te blij als we niet meer in dwaling, leugen of zonde geloven… Dan kan hij ons gemakkelijk op zijn pad meetrekken.

Het New Age denken is voor velen aantrekkelijk, omdat het minder dogmatisch zou zijn en minder zwart-wit. Dat zwart-wit denken van de christenen stoort de mensen zo. Maar de schijn bedriegt. Als we het New Age denken gaan analyseren, vinden we net zo goed stellige uitspraken. Ze zijn alleen niet christelijk of zelfs uitgesproken antichristelijk. Zelfs een nieuwe manier van zwart-wit denken vinden we in de New Age: New Age denken is dan prima, maar christelijk denken vals.

Omdat we nu in verband met De Cursus in wonderen nader met New Age leringen gaan bezig houden, willen we eerst in het algemeen de principes van het nieuwe denken onder de loep nemen.

 

 

New Age leringen

New Agers zijn van mening dat we het christelijke denken achter ons moeten laten. We moeten anders leren denken. Als de Bijbel zegt dat we geen geesten moeten oproepen, zeggen zij: dat willen we juist wèl doen, dat is goed, want dan verruimen we ons bewustzijn.

Hun ideeën wijken heel sterk af van wat christenen geloven:

  • Men gelooft bij voorkeur niet meer in een persoonlijke God, maar spreekt liever over “het goddelijke”. Men zal dus niet meer zeggen dat God onze Vader is. Men heeft moeite met een God die boven ons staat en die we moeten gehoorzamen ook al zeggen christenen dat God een liefhebbende Vader is. Men spreekt liever over het goddelijke dat in ons is en over universele liefde.
  • Als je geen God aanvaardt die boven je staat en aan wie je moet gehoorzamen, word je zélf je eigen god. Men lijkt een heel positief mensbeeld te hebben: we hoeven onszelf niet meer als kleine, zondige mensen te beschouwen, geschapen door een machtig God die oordeelt. Het is toch fijn om zélf je eigen baas te zijn. Dan kunnen we doen wat we willen. We hoeven God geen verantwoording meer af te leggen, we zijn zelf een deel van dat Goddelijke. Iemand had een sticker op zijn auto geplakt, waarop stond: “Vroeger was ik een atheïst, nu weet ik dat ik God ben.” In boeken, die lang geleden door Hindoes zijn geschreven (ongeveer 500 v. Chr.), kunnen we al lezen: “Ik ben zélf het goddelijke.” We hoeven onszelf niet meer als zondig te beschouwen, maar we zijn in diepste wezen goed, we zijn zélf goddelijk.
  • Je zegt misschien: “Maar ik voel helemaal niet dat ik goddelijk ben. Ik ben maar gewoon een mens.” Dan antwoordt de New Ager: “Dat voel je ook niet zomaar, daar moet je je nog bewust van worden, daar moet je geestelijk aan toe zijn.” Bij deze bewustwording wil de New Age literatuur ons een handje helpen.
  • Men gelooft dat we nog ongekende mogelijkheden hebben, die ontwikkeld kunnen worden. Het gaat in New Age om bewustzijnsverruiming en geestelijke verlichting. We zouden, door een techniek of inwijding, bijzondere paranormale vermogens kunnen ontwikkelen. Ik ben zelf, zoals gezegd, vroeger een jaar in India geweest, in een ashram, een gemeenschap, waar men aan yoga deed. Deze ashram, de Sri Aurobindo Ashram geheten, werd beschouwd als een laboratorium om de nieuwe mens te ontwikkelen, de mens die goddelijk was geworden
  • Omdat men gelooft dat we zélf goddelijk zijn en we het goddelijke in onszelf kunnen vinden, meent men geen Persoon nodig te hebben, die ons verlost. Men gelooft niet meer dat Jezus de unieke Heiland en Verlosser is. Men noemt Hem “Meester Jezus”. Hij is dan iemand die een ontwikkeld bewustzijn heeft, Hij is als een oosterse yogi. Hij wijst ons de weg naar onze eigen verlichting. Hij is ook een van de velen: Boeddha en Jezus hadden, zo zegt men, allebei een verlicht bewustzijn. Voor Van der Heide staan God, Jezus, Maria, Allah en Krishna (verlosserfiguur uit het Hindoeïsme) op gelijke voet naast elkaar.
  • Er is de tendens om alles wat we als kwaad ervaren: dood, ziekte, zonde, schuld, pijn en lijden en zelfs de menselijke individualiteit als irreëel te beschouwen. De wereld is maya, een illusie, zeiden de Hindoes al lang geleden. Het enige dat werkelijk bestaat is het goddelijke. Dit noemt men eenheidsdenken. Er ontstaat nu een nieuw besef van kwaad, een nieuw zwart-wit denken: het is zonde te denken dat we werkelijk zondig zouden kunnen zijn en afgezonderd kunnen zijn van God. De zondeval, het verlies van de gemeenschap met God,  en de noodzaak van verlossing worden geloochend.

Voor New Agers is het christelijke denken duister, maar voor de christen zet dat “nieuwe” denken de realiteit op zijn kop. Het is maar net van welke kant je het bekijkt. Pas als we zicht hebben op de onzienlijke geestenwereld, begrijpen we wat hier in feite aan de hand is.

 

 

Een Cursus in wonderen

Een ander voorbeeld van “Jezus-channeling” is Een cursus in wonderen [44]. Er zijn in de gehele wereld reeds miljoenen exemplaren van dit boek verkocht en ook in Nederland gaan ze als zoete broodjes over de toonbank. De cursus wordt verstaan als “een heilzame correctie op de bijbelse boodschap”, maar is dit waar?

Als volgt kwam het boek tot stand. “Dit is een cursus in wonderen. Maak alsjeblieft notities.” Zo begon in 1965 een wonderlijk proces van channeling, dat zich gedurende een periode van zeven jaar aan de psychologe en atheïste Helen Schucman voltrok. In die tijd was Helen Schucman als professor in de klinische psychologie werkzaam aan de Columbia universiteit in New York. Omdat de sfeer op haar afdeling uiterst competitief en gespannen was, had ze kort tevoren samen met haar collega William Thetford besloten dat er ‘een andere weg moest zijn’. Vanaf dat moment begon Helen Schucman mystieke visioenen te krijgen. Deze waren de voorbode van de innerlijke geluidloze stem, die zich als niemand minder dan Jezus aan haar bekend maakte. Ondanks de weerstand die ze voelde, volgde ze de aanwijzingen op en maakte ze in steno aantekeningen, die Thetford dan naderhand uittypte. Het uiteindelijke resultaat was een dik boekwerk in drie delen: een Tekstboek, een Werkboek met 365 lessen (één voor elke dag van het jaar) en een Handboek voor leraren. Tot haar dood toe heeft Schucman echter de grootste moeite met de inhoud van de Course gehouden. Ooit schijnt ze te hebben gezegd: “Ik weet dat het werkt, maar ik geloof er alleen niet in.” [45]

Alleen al de wijze waarop de Cursus is ontstaan wijst erop dat ze de stem van een valse Jezus heeft gehoord, want ze wordt als een robot gebruikt. De stem, die ze de baas noemt, gebruikt haar voor zijn eigen doel: een boodschap door te geven. Het interesseert hem niet of zij er zelf in gelooft, als zij zijn boodschap maar opschrijft. Maar wanneer de echte Jezus zich openbaart, is er sprake van een persoonlijke relatie. Jezus is in ons geïnteresseerd. Hij vraagt van ons geloof en vertrouwen.

Tal van New Age leringen herkennen we in de Cursus. Het begint er al mee dat we totaal anders moeten leren denken. We lezen:

“Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij erop nahoudt in twijfel te trekken.” [46]

We ondergaan een soort grootscheepse hersenspoeling. Niet alleen wordt het traditionele christelijke denken aangevallen, ook het gewone menselijke denken wordt net als in de Hindoefilosofie, op zijn kop gezet. Waar het om gaat is dat we alles wat aards en tijdelijk is, ook onze eigen unieke persoonlijkheid, het ego genoemd, als een illusie leren zien. Pijn en lijden, zonde en welk kwaad ook tot aan de dood toe, zijn maar schijn. Wanneer ons iets naars overkomt, stel bijvoorbeeld dat een vriend ons in de steek laat, en we lijden eronder, dan hebben we de illusie van de pijn niet doorzien. Het kwaad zit volgens de cursus in ons eigen denken: wij denken ten onrechte dat onze vriend de schuldige is. We moeten leren vergeven, hetgeen betekent dat we erkennen dat de ander ons totaalniets heeft aangedaan. We lezen:

“Vergeving ziet dat wat je dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden. Wat ze niet doet is: zonden kwijtschelden en ze werkelijk maken. Ze ziet dat er geen zonde is geweest.” [47]

We moeten daarom de volgende oefening doen en het volgende leren beseffen:

 “Het zijn alleen jouw gedachten die je pijn bezorgen. Niets buiten je denkgeest kan jou op enigerlei wijze schaden of verwonden. Er is geen oorzaak buiten jezelf die op je neer kan komen en bedruktheid kan brengen. Niemand anders dan jij beïnvloedt jou. Er is niets ter wereld dat de macht heeft jou ziek bedroefd, zwak of fragiel te maken.” [48]

In feite maken wijzelf de wereld. De wereld zou dus slechts een projectie van onszelf zijn, alsof we zelf God zijn die schept. In New Age zijn we zelf onze eigen god.

 “Wonderen stellen je in staat zieken te genezen en doden op te wekken, want jij hebt ziekte en dood zelf gemaakt en kunt daarom beide afschaffen.” [49]

Op deze manier zijn we zelf schuldig aan al het lijden dat we ondergaan. Ook iedere ziekte is onze eigen schuld. Is dit geen keiharde filosofie? We hebben reeds gezien dat hardheid het kenmerk is van een valse geest. Als het niet uitmaakt wat er gebeurt, worden we bovendien totaal onverschillig. Wat in de Cursus “liefde” wordt genoemd, is in wezen een hele diepe onverschilligheid.

De oplossing die ons wordt geboden is om te doen alsof we goddelijk en onaantastbaar zijn.

“Je moet tegen jezelf zeggen: Ik ben de heilige Zoon van God zelf. Ik kan niet lijden, ik kan geen pijn hebben, ik kan geen verlies lijden, noch nalaten alles te doen wat verlossing me vraagt.” [50]

Stel je voor dat iemand kanker heeft en ondraaglijke pijnen lijdt. Dan zouden we tegen hem moeten zeggen: “Verbeeld je maar dat je geen pijn hebt. Jouw pijn is maar irreëel.”

Het lichaam als zodanig wordt als onwerkelijk en waardeloos beschouwd.

“Zolang je het lichaam als jouw werkelijkheid ziet, zolang zul jij jezelf als eenzaam en misdeeld beschouwen.” [51]

We worden opgeroepen tot een passiviteit die een psychiatrische patiënt kan kenmerken.

“Met iets doen is het lichaam gemoeid. En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. Het is de snelle openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt.” [52]

Het aardse leven moeten we als waardeloos beschouwen.

“De wereld die jij ziet, heeft jou niets te bieden wat je nodig hebt, niets wat jij op enigerlei wijze kunt gebruiken, en helemaal niets wat dient om jou vreugde te verschaffen.” [53]

Ja, hier word je bepaald niet vrolijker van.

Als je zo normaal bent om de wereld als werkelijk te beschouwen, word je in deze Cursus voor krankzinnig uitgemaakt.

“Een krankzinnige denkt dat de wereld, die hij ziet werkelijk is en twijfelt er niet aan.” [54]

We kunnen niet anders dan concluderen dat we in de Cursus met een perverse geest te maken hebben.

Als deze geest het normale menselijke denken op zijn kop zet, hoeven we ons er ook niet over te verbazen dat hij bovendien het gewone christelijke denken op zijn kop zet. Wat in het traditionele christelijke denken als essentieel wordt aangemerkt, moeten we in de Cursus als waardeloos en zelfs als krankzinnig beschouwen.

Het zou volgens deze Cursus geen zin hebben om God te loven en te prijzen, zoals in de christelijke eredienst gebeurt.

“In de Bijbel wordt herhaaldelijk gezegd dat je God moet prijzen. Dit betekent beslist niet dat je Hem zou moeten zeggen hoe geweldig Hij is. Hij heeft geen ego waarmee Hij zo’n lofuiting in ontvangst kan nemen, en geen waarneming waarmee Hij die beoordelen kan.” [55]

God wordt hier dus in diepste wezen als onpersoonlijk beschouwd.

Weliswaar worden veel christelijke begrippen gebruikt in de Cursus: God, de Zoon van God, Christus, de Heilige Geest, vergeving, verzoening, genade, gebed, vrije wil, zegen, naastenliefde, laatste oordeel, wederkomst en antichrist, maar deze begrippen krijgen een heel andere inhoud. Zo is Jezus niet de unieke Zoon van God, want wij zijn allemaal de Zoon van God.

“Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken.” [56]

Jezus als God vereren noemt de cursus afgoderij.

“Wrange idolen zijn er gemaakt van hem die slechts een broeder voor de wereld wilde zijn.” [57]

We zouden Jezus ook niet nodig hebben om in de hemel te komen.

 “Je hebt geen hulp nodig om de Hemel binnen te gaan, want je hebt die nooit verlaten.” [58]

Deze cursus biedt zodoende beslist geen heilzame correctie van de bijbelse boodschap, maar bevat een vlijmscherpe aanval op het christelijke geloof.

We proeven in de Cursus de woede van satan, als het om het kruis van Christus gaat. Daar hebben de apostelen volgens de stem natuurlijk niet veel van begrepen. Het is begrijpelijk dat de stem de boodschap van de apostelen niet kàn en niet wil accepteren. De duivel haat het kruis omdat Jezus hem door zijn kruisdood verslagen heeft. Daarom probeert de “Jezus” van de Cursus de kruisdood in diskrediet te brengen als zinloos en dwaas. We lezen bijvoorbeeld:

 “Ik heb je ook gezegd dat de kruisiging de laatste zinloze reis was die het Zoonschap moest maken en dat ze voor ieder die haar begrijpt bevrijding van angst betekent.” [59]

Zoals we hierboven hebben gezien wist Catherina van Siëna zich veilig door zich aan het kruis vast te klampen. Natuurlijk wil de duivel dit niet hebben, want dan is hij ons kwijt en daarom zegt de

stem:

“Bega niet de jammerlijke fout je vast te klampen aan het oude, robuuste, ruwhouten kruis. De enige boodschap van de kruisiging is dat je het kruis overwinnen kunt.” [60]

We hebben dus een drietal aanwijzingen gekregen dat we met een valse Jezus te maken hebben: de “Jezus” van de Cursus gebruikt Schucman als een robot en hij kent geen persoonlijke communicatie. Zijn filosofie is keihard en hij haat het kruis van Jezus Christus. Als Schucman deze geest kritisch had getoetst, had hij zich waarschijnlijk bekend gemaakt als de “Jezus van satan.”

 

 


[42]  Liever leven met de engelen, p. 132,133.

[43]  Id., p. 163.

[44]  Een cursus in wonderen, red. Glaudemans, Deventer: Ankh-Hermes, 1999.

[45]  Onkruid, nr. 132.

[46]  T23,XXIV,In.

[47]  W deel II,1,1.

[48]  W190,5.

[49]  T1,I,24.

[50] W191.

[51] T15, XI,5.

[52] T18,VII,7.

[53]  W128,1.

[54]  W132,1.

[55]  T4,VII,6.

[56]  T2,VII,6.

[57]  VvT5.

[58]  VvT1.

[59]  T6I,2.

[60]  T4,III,In.

© paranormal-ministry.com – Martie Dieperink