Nieuwe spiritualiteit

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm



Door drs. Martie Dieperink

New Age Christologie

In het blad Onkruid (nr. 141) vertelt Lisette Thooft in een artikel over “de Christus die we niet mochten kennen”, het volgende:

“De kerken lopen leeg, maar de cursuscentra en de zaaltjes lopen vol met mensen die in Jezus Christus een spirituele leermeester herkennen. De Christus in jezelf: daar heb je geen paus bij nodig en geen dominee. Het ziet er naar uit dat Hij opnieuw uit de dood opstaat.”

De nieuwe christologie maakt een scheiding tussen de mens Jezus en de Christus. “Christus” wordt  als een kosmisch bewustzijn beschouwd dat ieder mens kan ontwikkelen, en is in het nieuwe denken een symbool voor het goddelijke in ieder mens. Deze Christus zou de Christus zijn die we in de kerk niet mochten kennen. De Kerk zou eeuwenlang dus een valse Jezus hebben gepredikt en over de echte Jezus hebben gezwegen. New Agers doen nu een heel nieuwe ontdekking: de Christus in ons.

Ook ds. Hans Stolp spreekt in zijn boek Johannes de ingewijde venijnig over de “dodelijke omknelling van dogma’s, kerkelijke leerstellingen en die onuitroeibare neiging om Jezus te vergoddelijken”. Jezus is voor hem een gewoon mens en een verlicht meester. Bij de doop zou de kosmische Christusgeest zich verbonden hebben met de mens Jezus. Het gaat hier om een inwijding. Dit kan volgens hem met ieder mens gebeuren. Volgens hem is Lazarus, de broer van Martha en Maria, die volgens het Evangelieverhaal door Jezus uit de dood is opgewekt, niet werkelijk gestorven, maar hij heeft een inwijding doorgemaakt en een nieuwe naam gekregen, toen hij naar buiten kwam: Johannes. De evangelist Johannes zou dus een ingewijde zijn geweest die een hoger bewustzijn had ontvangen.

Jacob Slavenburg beseft heel goed dat er een verschil is tussen de gnostische “Christus in ons” en de Heer die de orthodoxe christenen dienen. Hij schrijft:

“‘Het Christus in u’ is echt iets anders dan ‘de here Jezus in je.’ Het is het verschil tussen een Ank Hermes-symposium, en een EO-jongeren dag.” [16]

Als het bij “de here Jezus in je” om een authentieke ervaring gaat, dan zou men daar toch ook ruimte aan moeten geven. Maar Slavenburg beseft dat er een kloof is tussen de beide concepten. Inderdaad, dat er een verborgen Christusbewustzijn in ons woont en we zelf een Christus kunnen worden, is fundamenteel iets anders dan dat we een persoonlijke relatie hebben met de levende opgestane Heer. Bij het Christusbewustzijn gaat het om de ervaring van een onpersoonlijk kosmisch bewustzijn, waarin je in feite alleen bent met jezelf; in het andere geval gaat het om een relatie met een Persoon, een Ander die van ons en van alle mensen houdt.

Wat te denken van dit verschil en van de nieuwe ontdekking van “de Christus in ons”? Is de levende opgestane Heer, waarover op de EO-jongerendag wordt gesproken een fictie? Dat is niet waarschijnlijk want we hebben juist gezien dat velen een ervaring hebben van de levende opgestane Heer. Wat dan te denken van deze “nieuwe ontdekking”? Heeft de Kerk inderdaad een mysterie verzwegen?

Gnostiek het oorspronkelijke christendom?

Het gaat in feite niet om een ontdekking, maar om een herontdekking, want deze “nieuwe” christologie is niet werkelijk nieuw. Reeds gnostici uit de begintijd van het christendom hadden een dergelijke christologie. Dit gnostische Christusbeeld raakt nu weer in de mode bij New Agers.

Volgens Jacob Slavenburg en ds. Hans Stolp zou dit gnostische Christusbeeld het oorspronkelijke Evangelie vertolken. In zijn boek Opus Posthuum vindt Slavenburg het oorspronkelijke christendom terug bij de Ebionieten, een joods-christelijke sekte die gnostische ideeën had. Hij wendt voor alsof het een ontdekking betreft die hijzelf heeft gedaan, een revolutionaire ontdekking die de kerken op hun grondvesten doet schudden… Maar in werkelijkheid herhaalt hij alleen maar wat anderen zoals Elain Pagels en Rosemary Ruether reeds te berde hebben gebracht. Het is een hele modetrend om juist degenen die in de oude kerk als ketters te boek stonden, waaronder de Ebionieten te rekenen zijn, tot de echte discipelen van Jezus te maken. Men zoekt nu de waarheid bij de ketters. [17]

Evenals de oude gnostici wil ook Slavenburg Paulus in zijn kamp binnentrekken. Paulus zou volgens hem “de Christus in ons” hebben gekend. Hij schrijft:

“De vroegste christenen, die eigenlijk gewoon joden waren, kenden nog duidelijk het onderscheid tussen Jezus en Christus. Zo ook Paulus. Als hij het heeft over Christus Jezus lezen horden theologen en bijbeluitleggers dat of er staat Jezus Christus, een soort persoonsnaam. Een voornaam Jezus en een achternaam Christus. Zoiets van: Aangenaam Jezus Christus. O bent u nog familie van Christus uit Wassenaar (of Tel Aviv, noem maar op). Nee, zo staat het er niet bij Paulus. Als Paulus het heeft over Christus Jezus, bedoelt hij ook Christus Jezus en niet Jezus Christus.” [18]

Volgens hem interpreteren de orthodoxe christenen Paulus verkeerd. Maar is dit waar? Kan hijzelf ook geen verkeerde interpretatie geven? Uit de context kunnen we opmaken dat Paulus ook in dit geval de persoon Jezus Christus bedoelt. “Christus” is de gezalfde, de Messias. De gezalfde Jezus of Jezus de gezalfde, dat is hetzelfde. We lezen hoe Paulus aan Titus schrijft:

“Ik wens je de genade en de vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze redder” (Titus 1:4).

Christus Jezus is onze Verlosser. Hij is een persoon. Paulus begint zijn brief aan de Romeinen als volgt: “Paulus, een dienaar van Christus Jezus”. We zijn een dienaar van een persoon. Paulus had op de weg naar Damascus niet alleen maar een hemels licht gezien, hij had een persoon ontmoet: Jezus Christus.

“En onderweg daarheen, toen hij Damascus al naderde, was het dat hem plotseling een licht uit de hemel omstraalde. Hij liet zich op de grond vallen en hoorde een stem: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?’ Saulus zei: ‘Wie bent u, Heer?’ De stem zei: ‘Ik ben Jezus, degene die jij vervolgt. Sta op en ga de stad binnen; daar zal je gezegd worden wat je doen moet” (Hand. 9:3-6).

De oude gnostici lazen ook esoterische leringen in het Nieuwe Testament die er eenvoudig niet in stonden. Noch in de brieven van Paulus, noch in de andere N.T.-ische geschriften vindt men het concept van een kosmische Christuskracht. Dit is puur een concept van latere gnostici. Het is wel begrijpelijk dat mensen zoals Slavenburg en Stolp de gnostiek desondanks als de oorspronkelijke christelijke boodschap beschouwen. Hun eigen ideologisch uitgangspunt vraagt hierom. Als je niet gelooft dat Jezus werkelijk Gods Zoon is, die lichamelijk uit de dood is opgestaan, zal je dat ook beschouwen als een fantasie van latere theologen. Maar een dergelijk uitgangspunt is speculatief en totaal in strijd met de historische gegevens.

We vinden dit “nieuwe” Christusbeeld in de oude kerkgeschiedenis alleen bij kleine groepen sektarische gnostici die buiten de kerk stonden. Het is onjuist te stellen dat het oude Christendom bestond uit een pluriforme gemeenschap van allerhande groepen, waaronder de gnostici. De gnostici waren geen lid van de kerk. De gnostiek is een reactie – een tegenreactie - geweest op de orthodoxe leer van de kerk, die er eerst was. Dit is bijvoorbeeld het verhaal van de bekende gnosticus Valentinus. Voordat hij gnosticus werd, was hij in Rome lid van de christelijke gemeente, maar toen hij als bisschop werd gepasseerd, was hij zo kwaad dat hij zich heeft afgescheiden. Hij richtte zich vol rancune fel tegen de kerk en dacht zijn eigen gnostisch systeem uit. Hij leerde ook dat Jezus bij de doop een Christusbewustzijn had ontvangen.

Zo waren de Ebionieten jodenchristenen in het Joodse Land, die oorspronkelijk tot de kerk behoorden, maar zich niet van de joodse wetten wilden losmaken. Later begonnen zij Christus als een gewoon mens te zien en sedert het midden van de tweede eeuw stonden zij buiten de kerkelijke gemeenschap. Dat uitgerekend deze splintergroep uit latere tijd het oorspronkelijke Evangelie zou hebben vertolkt, zoals Jacob Slavenburg meent, is hoogst onwaarschijnlijk.

Tegenover deze splintergroepen van gnostici staan miljoenen christenen die gedurende de eeuwen in de kerk de levende opgestane Heer op velerlei wijzen – door dromen, visioenen, openbaringen of geloofsgemeenschap - hebben gekend en in onze tijd ook kennen. Dit is een reëel feit waaraan we niet voorbij kunnen gaan. Dat het ook vaak is gebeurd dat het christelijk geloof voor sommigen louter traditie was en dat de innerlijke realisatie ontbrak, daarin moeten we Lisette Thooft gelijk geven. Dat doet verder niets af aan de realiteit van de heilservaringen die wel degelijk bij gelovigen voorkomen.

Reëel?

Zijn de ervaringen van “de Christus in ons” in de New Age wereld ook zo reëel?  Wat beleven New Agers exact als ze “de Christus in ons” leren kennen? Dat is uit de desbetreffende literatuur niet duidelijk. Het gegeven van het kosmische bewustzijn is uiterst vaag. Er wordt simpel verteld dat we een hoger Zelf in ons zouden hebben. In feite blijft het bij deze verwijzing. Er wordt door de New Agers bovendien beweerd dat het hogere zelf dat we zouden kunnen beleven, identiek is aan het bewustzijn dat Jezus had. Hoe kunnen we dat weten? Zo roept het New Age concept meer vragen op dan dat het antwoorden geeft. Hebben we hièr niet te maken met een subjectieve theoretische speculatie?

In mijn New Age tijd heb ik inderdaad, toen ik in trance ging, het gevoel gekregen dat ik in een hoger bewustzijn kwam. Op dat moment leek het zo mooi, maar het gevoel was hoogst bedrieglijk en het was maar een kortstondig geluk. Ik weet nu dat ik toen onder een demonische bezetting kwam. We hebben ons inderdaad af te vragen uit welke bron zo’n concept van een kosmisch bewustzijn voortkomt.

De Bijbel en de gnostiek

De Bijbel is er duidelijk over. Vanaf het begin is zo’n concept waarin scheiding wordt gemaakt tussen Jezus en de Christus van de hand gewezen en wordt ook de geest die erachter zit, aangegeven. In de eerste brief van de apostel Johannes lezen we namelijk:

“Als er iemand een leugenaar is, dan toch zeker hij die loochent dat Jezus de Christus is. De antichrist is hij die de Vader en de Zoon loochent” (1 Joh. 2:22).

Jezus heeft bij de doop geen ander bewustzijn gekregen, maar is van nature de Zoon Gods en Hij is zelf de Messias. Het is niemand anders dan de antichrist die scheiding gaat maken tussen de mens Jezus en de Christus. Als je scheiding gaat maken tussen de mens Jezus en het goddelijke Christusbewustzijn, maak je in feite Jezus tot iemand die gespleten was, tot een mens die overschaduwd werd door een andere geest. Het is een kenmerk van demonische bezetting dat een andere geest door de mens heen gaat werken, zodat men zichzelf niet meer is en zich bijzonder en zelfs goddelijk gaat voelen. Toen Maria door de Heilige Geest werd overschaduwd, bleef ze zichzelf en voelde zich niet goddelijk. Ze besefte integendeel haar kleinheid tegenover de grootheid van God.

Welke geest achter het concept van het Christusbewustzijn schuilgaat, wordt ook duidelijk uit de New Age literatuur. Een vooraanstaand New Age filosoof, David Spangler, heeft geschreven:

“Christus is dezelfde kracht als Lucifer… Lucifer bereidt de mens voor op de ervaring van het Christusbewustzijn. Lucifer werkt in ieder van ons om ons tot heelheid te brengen als we ons in de New Age begeven…

Lucifer is in zekere zin de engel van de innerlijke evolutie van de mens…

Het licht dat ons het pad naar (de innerlijke) Christus openbaart, komt van Lucifer… de grote inwijder.” [19]

Spangler onthult hier welke geest achter het concept van het Christusbewustzijn schuilgaat. Lucifer, de satan, brengt ons volgens hem naar de ervaring van het Christusbewustzijn. Maar Lucifer is niet dezelfde kracht als Christus. Het gaat integendeel om een wezenlijk andere geestenwereld. Daarom is er inderdaad een kloof tussen de New Age ervaring van “de Christus in ons” en de ervaring die christenen hebben van “de Here Jezus in ons”. De waarschuwing van Jezus dat we op moeten passen voor bedrieglijke christussen, is actueel!

Het valse is een imitatie van het echte. Er is wel degelijk een kern van waarheid in de New Age christologie. Het is ook waar dat de Kerk niet altijd oog heeft gehad voor “de Christus in ons”. Dat Christus in ons kan wonen, komt bij Paulus voor. Hij schrijft:

“Dan kan uw hart door het geloof de blijvende woning zijn van Christus” (Ef. 3:17).

Maar dit betekent bij hem niet dat we een ander, goddelijk bewustzijn krijgen en dat we een Christusbewustzijn ontwikkelen, maar dat wij, als we in Jezus Christus geloven, een persoonlijke relatie met Hem krijgen. Dan woont Hij in ons hart. In Christus, dat wil zeggen in verbondenheid met Hem, worden we een nieuwe schepping. We ontvangen de Heilige Geest, die liefde is. Dan worden we een tempel van de Heilige Geest. Petrus schrijft dat we “deel krijgen aan de goddelijke natuur” (2 Petr. 1:4). We krijgen deel aan heiligheid, gerechtigheid en liefde. Hier denkt Petrus niet aan een vergoddelijking van de mens, aan een opgaan in het goddelijke, maar aan een nieuwe verbondenheid van de gelovigen met de drie-enige God, met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Terwijl het in de New Age christologie gaat om een onpersoonlijk Christusbewustzijn, waarbij het individu niet telt en de persoonlijke relatie ontbreekt, staat in het Evangelie gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest centraal, waarbij de individualiteit volledig tot zijn recht komt en we een persoonlijke relatie met God hebben.

Zo hebben we gezien dat we in de alternatieve paranormale wereld afdwalen van het geloof in Jezus Christus als de opgestane Heer en Heiland Jezus Christus. We verliezen de persoonlijke relatie met God en komen uiteindelijk in een toestand terecht waarin we met onszelf alleen zijn. We hebben ook gezien welke geest er achter deze nieuwe ontwikkeling schuilgaat.

Omdat we geleerd hebben dat we moeten onderscheiden tussen goede en kwade geesten, willen we in de volgende aflevering overwegen met welke geesten New Agers in contact komen als ze gaan channelen.


Wordt vervolgd.

 

[16]  Prana, nr. 128, p.57.

[17]  zie Jenkins. Hidden Gospels. Oxford: University Press, 2001.

[18]  id. p.57.

[19]  Reflections of the Christ, Findhorn 1977, p. 36v..

© paranormal-ministry.com – Martie Dieperink