Huwelijk en seksualiteit

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm

 

 

Als jongetje voelde Wouter zich seksueel aangetrokken tot kinderen die veel jonger waren dan hij. Later kwam hij op tot geloof in Jezus, maar bleef hij worstelen met pedoseksuele gevoelens. ‘Mijn gevoelens kwamen voort uit een zoektocht naar liefde, geborgenheid en aanvaarding.’
 
Wouter komt uit een gezin van twee meisjes en drie jongens, waarvan Wouter de een-na-jongste was. ‘Mijn ouders hadden eigenlijk te weinig geld om voor hun vijf kinderen te zorgen. Dat gaf spanning.’ Op school had Wouter het evenmin gemakkelijk. Zijn klasgenootjes treiterden hem dagelijks. Hij raakte psychisch beschadigd en werd steeds onhandelbaarder. ‘Mijn ouders waren christen en hadden het beste met mij voor. Maar thuis ging het niet langer.’Op zijn twaalfde plaatste een instelling voor geestelijke gezondheidszorg hem in een pleegoudergezin. Geen warm gezin, zo bleek al snel. ‘Ik werd er uitgescholden en in het openbaar gekleineerd. De ouders van het gezin hingen een antroposofisch gedachtegoed aan, een levensfilosofie met occulte invloeden. Er kwamen ook spiritisten (mensen die met geesten in contact staan, red.) over de vloer.’
 
‘Op mijn veertiende verscheen er een geest aan mij. Hij beloofde mij een gelukkig leven en kracht om alle vernederingen te doorstaan. Daarvoor hoefde ik hem alleen maar te gehoorzamen. Ik stemde toe, niet beseffend dat het een demonische macht was. Jezus noemt de duivel een leugenaar, een mensenmoordenaar van de beginne. Hij belooft gouden bergen, maar als hij de kans krijgt plundert hij je leven leeg.’Dit ervoer Wouter aan den lijve. ‘Ik kon mij zelf niet beheersen en kreeg steeds vaker last van woedeaanvallen. Mijn pleegouders hadden kunstboeken met prachtige platen erin. In mijn razernij scheurde ik de mooiste platen eruit.’
 

 

Horrorfilms
 

Wouter werd overgeplaatst naar een jongensinternaat. Zijn eenzaamheid en ontreddering namen er nog meer toe. ‘Als jongetje van acht voelde ik mij al wel eens seksueel aangetrokken tot kinderen die veel jonger waren dan ik. In dat instituut, met jongens van alle leeftijden om me heen, werden mijn pedoseksuele en homoseksuele gevoelens gevoed. Steeds vaker begon ik te fantaseren over seks met jongens die veel jonger waren dan ik. Gelukkig heb ik mij nooit aan een jongen vergrepen. Daar heeft God mij voor bewaard.’ Na het internaat ging hij een opleiding volgen voor verzorgende in een internaat voor zwakzinnigen. Hij kreeg er regelmatig woedeaanvallen. Zo erg, dat hij al snel met ziekteverlof naar zijn ouders in Breda werd gestuurd.
 
Het was 1976. Horrorfilms als ‘The Exorcist’ waren toen razend populair. ‘Die films hadden een grote aantrekkingskracht op mij.’ Vanuit Breda reisde hij naar Rotterdam om ‘The Omen’ te zien, een horrorfilm die nog maar net in de bioscoop draaide. ‘Daar stonden christenen die met de bioscoopbezoekers in gesprek gingen over het Evangelie. Ik voelde een intense haat in me opkomen. Een haat die ik eruit spuugde naar die christenen, letterlijk. Daarna leek het of de schellen van mijn ogen vielen. Ik zag mijn wanhopige toestand, mijn eenzaamheid en verdriet.’ Wouter zag maar één uitweg: zelfmoord. Na het bioscoopbezoek zwierf hij urenlang door de stad, zijn hoofd vol zelfmoordgedachten. Tot hij die evangeliserende christenen opnieuw tegenkwam. Ze raakten in gesprek en vroegen hem om mee te gaan naar een christelijke koffiebar. Wouter besloot het erop te wagen, hij had toch niets meer te verliezen.
 

Vastgekleefd
 

In de koffiebar zat hij urenlang op een stoel, helemaal verstijfd. Er werd gezongen, iemand las uit de Bijbel, maar het drong allemaal niet tot hem door. ‘Ik vond de sfeer warm en gezellig, maar tegelijk voelde ik mij heel onbehaaglijk. Ik wilde weg, maar het ging niet. Alsof ik aan die stoel zat vastgekleefd.’ Aan het eind van de avond vroeg een vrouw of er nog iemand iets te zeggen had. Voordat Wouter het besefte, stond hij op en zei: “Ik ben de jongen die vanavond naar de christenen bij de bioscoop heb gespuugd.”
 
‘Daarna leek het of er een stuwdam in mijn ziel doorbrak. Ik viel op de grond en barstte in tranen uit. Ik voelde: het is nu de tijd om met God in het reine te komen. Nog even en er was geen weg terug. Ik beleed mijn zonden, vertelde God over de duisternis in mij, de occulte praktijken waarmee ik mij inliet. Mensen legden mij de handen op en bevolen de demonen die beslag op mijn leven hadden gelegd te wijken in Jezus’ naam. Ik voelde een warmte, een vuur dat in mijn ziel neerdaalde als een blikseminslag.’
 
Een paar uur later verliet hij de koffiebar. Het was al middernacht geweest, de laatste trein naar Breda was al vertrokken. Gelukkig bood een bezoeker Wouter bij hem thuis een slaapplek aan. ‘Daar had ik mijn eerste goede slaap sinds jaren. Een slaap zonder angsten en nachtmerries.’ Voordat hij de volgende ochtend terugging naar Breda, kreeg hij een bijbel mee. ‘In de trein wilde ik alle passagiers wel vertellen over de bevrijding die ik had ervaren. Maar ik durfde niet. Dus stak ik de Bijbel maar af en toe omhoog en glimlachte naar de andere passagiers. Ik moest toch mijn blijdschap kwijt.’
 
Toen hij thuiskwam, stonden zijn ouders op het punt om naar de kerk te gaan. De telefoon hadden ze die nacht bij hun bed gezet, bang dat hun zoon iets ergs was overkomen. Wouter kon zijn ouders geruststellen. ‘Vannacht ben ik een kind van God geworden’, zei hij. Trots liet hij zijn bijbel zien. ‘Mijn vader was eerst wat argwanend. Hij bladerde wat door de Bijbel en was in ieder geval blij te ontdekken dat het een goede vertaling was. Mijn moeder voelde gelijk dat ik meende wat ik zei. Ze barstte in tranen uit, zo blij was ze. Ze vertelde me dat zij en mijn vader er fel op tegen waren geweest dat ik uit huis werd geplaatst, maar voelden zich indertijd machteloos. Als eenvoudige arbeidersmensen wisten ze weinig van geestelijke problemen. Mijn moeder had elke avond gebeden: “Heer, houd U mijn kleine jongen alstublieft goed in de gaten.” Ik ben gered door het gebed van mijn moeder.’
 

Onkruid
 

Wouter ging een nieuw leven leiden. Maar van één ding kon hij maar niet loskomen: zijn seksuele fantasieën. ‘Zonde is als onkruid. Het komt steeds weer op – soms hevig, soms minder hevig. Ik leerde dat je zonde het beste in het licht kunt brengen. Praat erover met christenen die je vertrouwt.’ Op advies van een broeder uit de gemeente nam hij contact op met Different. ‘Daar kreeg ik vanuit Gods Woord sleutels aangereikt om mijn seksuele onreinheid te overwinnen. Als ik nu een verleiding voel, zeg ik: “Ik weersta deze verleiding in de naam van Jezus.” Als de verleiding hardnekkig is, pak ik vaak mijn Bijbel erbij en lees ik hardop een psalm. Je kunt zonde verbreken en bestraffen tot je een ons weegt, maar als je er niks tegenover stelt, helpt het nog niets. Vergelijk het met een mok slechte koffie. Je kunt die koffie er wel uit gooien, maar je hebt er nog niets aan als je je mok daarna niet vult met goeie koffie. We moeten onze gedachten vullen met het goede, met Gods woorden.’
 
‘Ik heb ontdekt dat Gods Geest meestal op een heel natuurlijke manier werkt. Meestal spreekt Hij niet met een stem uit de hemel of via een aartsengel, maar gewoon door een gedachte, een gebed, een bijbeltekst. Hij spreekt ook over alledaagse dingen. Zo merkte ik op een gegeven moment dat het niet goed was dat ik soapseries keek, met alle onreinheid en overspel die daarin voorkomen. Dat is de Geest niet welgevallig. Het vertroebelt je relatie met de Heer. Daar ben ik toen mee opgehouden.’
 

Geborgen
 

‘Als ik vroeger langs een kleuterschool of kinderspeelplaats liep, voelde ik heel veel spanning. Vooral in de lente en de zomer. Die spanning is nu praktisch verdwenen. Niet dat alles is opgelost. Soms glijd je terug in een zondige fantasie. Iets pakt je, in een onbewaakt ogenblik – bijvoorbeeld als je stress hebt op je werk. Maar ik weet dat ik altijd bij God mag terugkeren. Hij ziet het hart aan. In Spreuken staat: “De rechtvaardige valt zeven keer, maar hij staat weer zeven keer op.” Het vraagt moed om weer op te staan. Maar elke keer als je het toch doet, merk je dat je een beetje sterker wordt en de zonde minder grip krijgt op je leven.’
 
‘Mijn pedoseksuele gevoelens kwamen voort uit een zoektocht naar liefde, geborgenheid en aanvaarding. Nu weet ik dat geborgen ben in de liefde van Christus, ook als ik dat niet voel.’ In de krant lees je nu veel over pedofilie. In de jaren zeventig werd pedofilie een verheven vorm van liefde genoemd, nu slaan we helemaal de andere kant op. “Je moet ze ophangen, levend begraven”, zo praten mijn collega’s erover. In een artikel in NRC Next werd laatst een opgepakte pedofiel omschreven als een “dikke lelijke man met een piepende kinderstem”. Hij was nergens geaccepteerd, kende geen liefde, zo bleek uit het verhaal. Dat grijpt me aan. Tegelijk voel ik woede over mannen die zich aan kinderen vergrijpen. Het is een kwaad dat we nooit mogen goedpraten.’
 
Bron: Habakuk.nu
 
 
Kamp jij ook met pedoseksuele gevoelens?
Zoals uit de woorden van Wouter is op te maken, kwamen deze gevoelens ook bij hem voort uit een zoektocht naar liefde, geborgenheid en aanvaarding. Het niet vervuld krijgen van deze gevoelens, kan uitmonden in zeer pijnlijke gevolgen. Laat ze daarom niet ongemoeid! Maak van je hart geen moordkuil en kom eens praten. Graag wil ik je in je kwetsbaarheid helpen om je werkelijke identiteit te vinden. Je verdient het om geliefd, geborgen en aanvaard te voelen.

Hans van de Beek

 

 

Psycho-Pastorale Praktijk Hans van de Beek is een professionele praktijk waar mannen terecht kunnen voor een hulpverlenings- en gesprekkentraject om hun eigen leven en/of hun huwelijk weer op orde te krijgen. Hans’ specialisatie is werken met mannen die worstelen met pornoverslavingen, zelfbevredigingsverslaving, overspel, prostitueebezoek, identiteitsproblematiek, geestelijke problemen of geloofsstrijd. Maar ook zaken als moeilijke communicatie binnen het huwelijk, rouw- en ontslagverwerking komen regelmatig aan de orde.
 

Hans is afgestudeerd psychosociaal therapeut, relatie- en gezinstherapeut en al sinds 1998 werkzaam als pastoraal werker. Dat is in de loop der jaren uitgegroeid. Hij geeft daarnaast leiding aan diverse pastorale teams op de grote, landelijke mannendagen in Nederland, waarbij hij ook deel uitmaakt van het gebedsteam en actief is als (pastoraal) hulpverlener. Verder heeft hij in diverse grote steden van Nederland gewerkt met individuele mannen, echtparen en mannengroepen die hulp zochten om los te komen van seksuele verslavingen, en een weg van herstel te vinden met zichzelf, hun vrouw en met God. Hans begeleidt individuele mannen, maar ook echtparen.
 Daarnaast is hij uit te nodigen als spreker op mannengroepen, en gaat regelmatig voor in zondagse kerkdiensten.


 

Voor hulp en meer informatie zie:

www.hansvandebeek.nl