Nieuwe spiritualiteit

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm


Door drs. Martie Dieperink

DE VERBORGEN CHRISTUS

Een nieuw Jezusbeeld

De mens van deze tijd zoekt ook naar een nieuw verstaan van het Evangelie. Hij blijft geïnteresseerd in Jezus Christus. Maar in de alternatieve paranormale wereld wordt er anders over Jezus Christus gedacht dan in het traditionele christendom. We willen in dit deel het verschil zien te begrijpen. Bij het moderne Jezusbeeld valt ons het volgende op.

In de eerste plaats is het nieuwe denken sterk relativerend. Zoals we hebben gezien, schrijft hypnotherapeut Van der Heide:

“Niemand weet precies hoe God, Jezus, Maria, Allah of Krishna alles heeft bedoeld.”

Jezus, Mohammed en Boeddha worden op één lijn geplaatst. Een reiki-meester schreef mij:

“Jezus, Boeddha, Mohammed of hoe het in de wereld ook wel wordt genoemd, het is hetzelfde stralende licht waar we over praten.”

En hypnotherapeut Van der Heide vult aan:

 “We zijn met zijn allen op weg naar HET LICHT. En ‘hoe’ dat er precies uit zal zien? Niemand weet  ‘het’.”

Een reden dat men zich verzet tegen het beeld van Jezus als unieke Verlosser, is dat dit discriminerend overkomt. Boos zei iemand tegen mij: “En denkt u dan werkelijk dat Jezus meer is dan Boeddha of Mohammed?” Hij wilde me dwingen voor alle religies en hun stichters evenveel respect te hebben. Inderdaad moeten we alle mensen, ook al hebben ze een afwijkende mening, met respect behandelen en liefhebben. We hebben in ons geloofsleven een fundament nodig, anders bouwen we ons leven op drijfzand, - we mogen dus een vaste overtuiging hebben -, maar fundamentalisme is verkeerd als het getuigt van haat en agressie. Daar mogen we niet aan meedoen. Maar dat wil niet zeggen dat alle religies hetzelfde zijn en evenveel waarde hebben. Als we tussen religies – en ook tussen Jezus, de Boeddha en Mohammed - geen enkel onderscheid meer mogen maken, wordt er in feite een redenering toegepast die buiten de werkelijkheid staat. In de gewone wereld valt niemand erover dat de ene mens anders is dan de ander en dat mensen ook verschillende posities hebben. Niemand protesteert tegen het feit dat we maar één koningin hebben. Een volk kan maar één koningin of koning hebben. Mohammed staat bekend als de profeet, de Boeddha als een wijsheidsleraar, maar Jezus, Gods Zoon, is in de wereld gekomen als Verlosser. God heeft maar één Zoon. Er is maar één Verlosser nodig en mogelijk. Het is daarom niet gerechtvaardigd te protesteren tegen één unieke Verlosser, alsof we dan discrimineren. Het is wel begrijpelijk dat mensen zich afvragen of Hij inderdaad de unieke Verlosser is. Want waarom zou Jezus dan uniek zijn?

New Agers geloven niet dat Jezus als de unieke Zoon van God in de wereld is gekomen. Men gelooft dat Jezus, Mohammed en Boeddha in wezen dezelfde boodschap hadden en dus hetzelfde licht uitstraalden. Dan is Jezus niet anders dan Mohammed of Boeddha. Maar is dit waar? De engel Gabriël kondigt in de Bijbel de komst van Jezus aan als de Zoon van God. In de Koran loochent de engel Gabriël die aan Mohammed verschijnt dat Jezus de Zoon van God is. “God heeft geen Zoon”, verkondigt de Islam. Als er zo’n grote tegenspraak is, dan kunnen we toch moeilijk beweren dat het om hetzelfde licht gaat. Al mag het mij persoonlijk niet uitmaken of een voorwerp wit of zwart wordt genoemd, daarmee blijft het objectief gezien wel wit of zwart. We hebben gezien dat de Bijbel onderscheid maakt tussen echt en vals licht. De satan doet zich voor als een engel van het licht. We hebben daarom wel degelijk te overwegen met welk licht we te maken hebben.

Ook in de alternatieve wereld maakt men in feite onderscheid tussen echt en vals. Want de traditionele dogma’s worden voor vals aangezien. Het nieuwe denken is in de tweede plaats sterk antidogmatisch. Deze moderne antidogmatische houding betreft specifiek de christelijke dogma’s.

In het New Age tijdschrift Prana (dec. 2001/jan. 2002) zijn de lezingen gepubliceerd die tijdens twee  Ankh Hermes symposia op 4 november 2000 en op 19 mei 2001 werden gehouden. In het “Ten geleide” lezen we:

“De laatste jaren zijn steeds meer mensen oprecht geïnteresseerd in de mens Jezus, los van de dogmatiek die om zijn persoon is geschapen.”

Men is wel geïnteresseerd in de mens Jezus, maar niet in Jezus als de Zoon van God en de Verlosser. Voor veel mensen zijn dat verouderde dogma’s. Men beschouwt ze als ‘projecties’ op de mens Jezus. En zo wordt er een felle aanval gericht op het kerkelijke dogma.

 

Heilservaringen in de Bijbel

Maar wat is een dogma? Is het slechts een theoretische constructie van theologen die macht willen uitoefenen? Hoe zijn de christelijke dogma’s ontstaan? Als we de ontstaansgeschiedenis ervan onbevangen bestuderen, krijgen we een heel andere indruk. Maria ervoer hoe de engel aankondigde dat ze een zoon zou krijgen die de Zoon van de Allerhoogste zou worden genoemd. Zieken en bezetenen ervoeren dat Jezus Verlosser en Bevrijder was. Hij vergaf de zonden en genas zieken en mensen die gebonden waren. De apostelen ervoeren dat Hij uit de dood was opgestaan. Het gaat hier niet om subjectieve theoretische speculaties, maar om een existentiële gegevenheid. Men speculeert niet, maar heeft een ervaring. En wat men ervaart is niet slechts een eigen fantasie, maar een objectieve werkelijkheid. Het gaat niet om subjectieve bewustzijnservaringen, maar om heilservaringen. Het dogma drukt uit dat het bij de ervaringen om een objectieve werkelijkheid gaat. Petrus schrijft:

 “Toen we u de machtige komst van onze Heer Jezus Christus bekendmaakten, waren we niet afhankelijk van gefantaseerde verhalen. Nee, met eigen ogen hebben we zijn luister gezien. Want toen God, de Vader, Hem eer en glorie verleende en vanuit de hemelse heerlijkheid tot Hem sprak: Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart, hebben wij dat gehoord. Die stem hoorden wij uit de hemel klinken, toen we met Hem op de heilige berg waren” (2 Petr. 1:16-18).

Maar waarom is er dan zo’n weerstand tegen die dogma’s? Waarom wil men, zoals bijvoorbeeld Jacob Slavenburg, niet geloven dat Jezus daadwerkelijk de dood heeft overwonnen en uit de dood is opgestaan? Als men nog in een opstanding wil geloven, beschouwt men die als een parapsychologisch verschijnsel. Vroeger heb ik een boek gelezen, getiteld Het opstandingsverhaal in het licht van de parapsychologie. De opstanding van Christus werd vergeleken met verschijningen van overledenen. We hebben vermoedelijk allemaal wel eens een spookverhaal gehoord dat een overledene in een huis is verschenen. Maar was Jezus werkelijk zo’n spook? Verscheen Hij als een dode? Als Hij na de opstanding aan zijn discipelen verschijnt en zij schrikken, laat Hij zien dat Hij niet meer dood is, maar werkelijk leeft.

“En terwijl ze erover aan het praten waren, stond Hij opeens zelf in hun midden. ‘Vrede’, zei hij. Ze waren verstijfd van angst en dachten dat ze een geest zagen. Maar Hij zei: ‘Waarom schrikken jullie zo? En waarom komen zulke gedachten in jullie op? Kijk, mijn handen, mijn voeten: ik ben het zelf; raak me aan: een geest heeft geen vlees en botten, en ik wel, zoals jullie zien.’ Bij die woorden liet Hij hun zijn handen en zijn voeten zien. Toen ze het van blijdschap en verbazing nog niet konden geloven, vroeg Jezus hen: ‘Hebben jullie hier iets te eten? Ze gaven hem een stuk gebakken vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op” (Luc. 24:36-42).

Een spook kan niet eten. Hier is een groter wonder geschied. Jezus is werkelijk opgestaan, met een verheerlijkt lichaam. De apostel Paulus bevestigt dat de apostelen de opgestane Heer hebben gezien. Hij heeft zelf de Heer gezien, maar ook van de apostelen hun ervaringen vernomen. In de eerste brief aan de Korintiërs, die zelfs door bijbelkritische theologen als echt wordt beschouwd, schrijft hij:

“Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven en dat ik zelf ook van anderen heb ontvangen, is dat Christus gestorven is voor onze zonden in overeenstemming met de Schrift; dat Hij is begraven en dat Hij op de derde dag is opgewekt, in overeenstemming met de Schrift, en dat Hij verschenen is aan Kefas (Petrus) en daarna aan de twaalf apostelen. Toen is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd van zijn volgelingen tegelijk; sommigen van hen zijn overleden, maar de meesten zijn nog in leven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.

En ten slotte is Hij ook verschenen aan mij…” (1 Kor. 15:3-8).

In de New Age wereld gelooft men weer in wonderen. Maar het grootste wonder aller tijden: de opstanding van Jezus Christus uit de doden, daar wil men niet in geloven. Dat is vreemd.

Moderne ervaringen

Een moderne toetssteen is de ervaring. De authentieke ervaring telt. “Het gaat om de innerlijke ervaring”, zo schrijft een reiki-meester. Ik wil dan ook aandacht besteden aan ervaringen van mensen in deze tijd omtrent de persoon Jezus Christus en ik begin met mijn eigen verhaal.

Het  belangrijkste effect dat de boeken van de Indiase goeroe Aurobindo op mij had, was dat ik anders over Jezus Christus ging denken. Hij was voor mij niet langer de eniggeboren Zoon van God, de ene  Wereldheiland, maar Hij werd gelijk aan een oosterse goeroe, een van de velen. Ik kon ook Jezus, Mohammed en Boeddha op één lijn plaatsen. Maar in de diepste crisis, die ik meemaakte in 1981, kwam er een ommekeer. Ik kon mijn hoofd niet meer oprichten en lag zo verlamd op mijn bed. Ik voelde me geestelijk ook in een hel wegzinken waar ik niet meer uit kon komen. Ik had geen hoop meer. In die toestand zag ik opeens Jezus Christus. Hij was er en ik wist toen dat Hij werkelijk de Zoon van God en de Verlosser is. Dat Jezus de Zoon van God is, was voor mij geen intellectueel dogma meer, maar een levende ervaring. Nu weet ik dat Hij werkelijk de levende opgestane Heer is. Na een paar dagen kon ik opstaan van mijn bed en langzaamaan werd ik door Hem uit de put opgetrokken. Ik kon een nieuw leven beginnen.

Velen in onze tijd hebben een indringende ervaring gehad dat Jezus leeft. Luister naar het volgende verhaal.

“Alex, een kennis van Eddy Leo in Indonesië, had hersenkanker in een terminaal stadium. De artsen hadden hem al opgegeven. ‘Eet en doe wat je wilt. Je bent ten dode opgeschreven’, zeiden ze hem. Alex was geen christen, maar toen hij dit vreselijke bericht hoorde, stapte hij over zijn weerstand heen en bezocht een ‘Vaderliefde-samenkomst’. Hij besloot om Jezus te volgen en ging er de volgende dag weer heen. Tijdens het eten verscheen Jezus aan hem en ze voerden een stil gesprek. Ten slotte vroeg Alex aan Jezus: ‘Kunt u mijn kanker genezen?’ Jezus knikte, en Alex voelde onmiddellijk dat er iets gebeurde in zijn hoofd. ‘Ik denk dat ik genezen ben’, zei hij tegen Leo, die hem adviseerde terug te gaan naar de doctoren die hem hadden onderzocht. Vier professoren, alle gespecialiseerd in hersentumoren, onderzochten hem en konden allen maar ongelovig hun hoofd schudden. Alex is volkomen genezen, zijn hersenen functioneren normaal. ‘Het is een onverklaarbaar wonder’, aldus de artsen.”[14]

Luister ook naar het volgende verhaal.

“Een jong zendelingenechtpaar uit Zuid-India was uitgezonden naar de Malthos, een nog onbereikt volk in India. Daar werkten ze jarenlang zonder zichtbaar resultaat. Toen werden de man en het kind ziek en stierven. Daarop keerde de vrouw terug naar haar huis in Zuid-India.

Op een bepaalde dag kwam een filmteam met de Jezusfilm, die een getrouwe vertolking van het Evangelie van Lucas is, in die streek en ze kwamen ook in het dorp waar het zendelingenechtpaar had gewoond. De mensen zeiden dat op de avond dat de zendeling overleed, er wolken aan de hemel waren verschenen en dat ze in die wolken een levensgrote man huilend over hun kale heuvels hadden zien lopen. Hij was naar een boom toegelopen en had er een tak van afgeplukt.  En die tak was meteen verwelkt. Ten slotte was het beeld van de man uit de lucht verdwenen. De dorpelingen hadden gedacht dat God misschien wel boos op hen was omdat ze de boodschap van de zendeling hadden verworpen.

Het filmteam maakte de projector, het scherm en de generator klaar voor de voorstelling. Maar de projector wilde niet draaien. Ze baden en claimden Jezus’ macht over de boze geesten in dat gebied. Daarop werkte de apparatuur weer.

Toen de film het punt bereikte waar Jezus werd gedoopt en Zijn gezicht voor het eerst zichtbaar werd, begon de menigte plotseling te schreeuwen. Het team stopte de film om te vragen waarom ze zo schreeuwden. ‘Dat is hem!’ riepen ze uit. ‘Dat is de man die we in de wolken hebben zien lopen!’ Die avond kwamen de meeste dorpelingen tot Christus.”[15]

Dit laat zien dat de Evangeliën Jezus beschrijven zoals Hij werkelijk is en dat het niet om projecties van theologen gaat.

In het bovenstaande verhaal ervoer het filmteam de tegenstand van boze geesten toen ze de film wilden draaien. Toen ik Jezus had gezien en mijn christelijk geloof had herkregen, ervoer ik ook een enorme tegenstand en een felle strijd. De machten werden nu pas goed openbaar.

Dat boze machten zich gaan openbaren als we ons tot Christus wenden, laat ook het volgende verhaal van Luc zien. Hij vertelt:

“Ik ben christelijk opgevoed en ik ging elke week naar de kerk. Maar ik was al sinds heel jonge leeftijd geïnteresseerd in de Aziatische mystiek. Ik ging naar verschillende sekten, studeerde verschillende oosterse religies en aanbad verschillende goden.

In 1995 ging ik naar Japan. Toen was ik een fervent aanhanger van het Tibetaans boeddhisme. Mijn Japanse vrouw Mari motiveerde mij door te zeggen dat ik een reïncarnatie was van een Japanner of een Chinees van eeuwen geleden en dat ik naar mijn land terugkeerde. In mei 1995 lag Mari in het ziekenhuis in Gifu te bevallen van onze David. Ik gaf toen Engels in drie staatsscholen in Gifu.

Ik kreeg op een dag het telefoonnummer van Don Frazier, een Amerikaan. Wij waren de twee enige buitenlanders in het gebied. Ik belde hem op en daar begon het.

Hij vertelde mij dat hij een zendeling was en ik zei hem dat ik een boeddhist was. Ik viel onmiddellijk de christelijke leer aan en argumenteerde met alles wat ik wist over het boeddhisme. Hij luisterde heel aandachtig en op het moment dat ik hem vroeg of hij met mijn leer akkoord ging, zei hij ‘neen’. Hij zei dat Jezus leeft en dat hij hem in gebed telkens ontmoette. Ik geloofde dit daar ik ook geesten ontmoette. Toen hij zei dat ik Jezus moest aanvaarden, zei ik ‘neen’, daar ik voor alles en nog wat mijn eigen goden had, vooral Indische goden die mij bij alles bijstonden.

Toen zei hij dat Jezus veel sterker is dan al die goden tezamen. En wanneer ik hem in mijn leven binnenliet, ik met de andere goden moest breken. Ik vond dit heel aantrekkelijk, maar opeens voelde ik dat bepaalde goden mij aanvielen. Ik zei dit angstvallig aan hem en hij bad in Jezus’ naam voor bescherming. Opeens voelde ik een cirkel rond mij getrokken en de goden konden mij niet meer aanvallen. Ik voelde warmte, veiligheid en liefde. Ik zei tegen Don: ‘Indien dit de kracht van Jezus is, dan wil ik Hem hebben.’ Ik heb dan ook prompt met de goden gebroken en Jezus in mijn leven gelaten.

De volgende dag kwam Don en bracht mij een Bijbel. Die nacht voelde ik een hand rond mijn pols. Ik werd wakker en zag dat ik alleen was. Ik ging verder slapen en toen voelde ik dezelfde koude hand rond mijn pols. Ik belde Don op en hij bad voor mij. Ik ging weer slapen en toen werd ik opeens door een kracht door de kamer geslingerd. Don is ’s morgens vroeg bij me gekomen en heeft het hele huis gezegend.”

Zulke ervaringen zijn reëel. Als Jezus zich openbaart, gaan de boze machten zich roeren. Dan wordt een strijd openbaar tussen goede en boze machten. We kunnen niet zeggen dat het altijd om hetzelfde LICHT gaat. Er is een strijd gaande in de hemelse gewesten tussen goede en kwade machten, tussen echt en vals licht.

Toen ik (Martie) Jezus had gezien zoals Hij werkelijk is: de Zoon van God en de Verlosser, kon ik begrijpen wat me was overkomen. Aan de ene kant zag ik HET WARE LICHT, dat Jezus Christus is. Als Gods Zoon heeft Hij Waarheid en genade in de wereld gebracht. Maar aan de andere kant ervoer ik dat er ook valse lichten zijn en dat mijn duisternis te maken had met het feit dat ik me met het paranormale had ingelaten. Als we ons in die wereld begeven, kunnen we in contact komen met krachten die niet van God zijn en sluiten we ons af voor de Heilige Geest van God. We krijgen een geestelijke sluier voor onze ogen, zodat we in ons geloofsleven worden geblokkeerd. Daarom kon ik niet meer in Jezus Christus geloven als de unieke Zoon van God.

Maar als we tot geloof in Jezus Christus komen, dan kunnen we de Heilige Geest ontvangen (Handelingen 2:38). Eén van de gaven van de Heilige Geest is “het onderscheiden van geesten”.

De Geest Gods is heilig; door Hem zien we alles in een zuiver licht en we kunnen ook duisternis van licht onderscheiden. Ook het valse licht doorzien we. Zo ervoer ik heel reëel de duisternis die vanuit de occulte literatuur in mijn kamer op me afkwam.

Dan kunnen we ook begrijpen waarom er zo’n weerstand is tegen de dogma’s die Jezus Christus  belijden als de Zoon Gods en Verlosser. Als we ons met het paranormale inlaten, kunnen we – vaak zonder het te beseffen - onder invloed komen van een geest die weliswaar weet wie Jezus is, maar die Hem en zijn verlossingswerk haat. Dan wenden we ons helemaal af van Jezus Christus of we ontwerpen een ander Jezusbeeld dat aangepast is aan ons nieuwe denken. We willen Jezus dan alleen nog maar als een mens zien. Ik de volgende aflevering gaan we een vorm van New Age Christologie nader bekijken.


Wordt vervolgd.

 

[14]  Herstel, mei 2001, p. 16.

[15]  Paul Eshleman. Geraakt door Jezus, Doorn: Agape, 1999, p. 75,76.

© paranormal-ministry.com – Martie Dieperink