Opvoeding

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm

 Door Arie de Rover

 Navelverstrengeling

 Waarom raakt het ons zo diep?
 Emoties bij kerkverlating
 
 
Kerkverlating is een zeer emotioneel onderwerp. Het is een teer thema omdat het raakt aan de meest wezenlijke relaties die een mens in het leven kan opbouwen.
Kerkverlating raakt (bijna altijd) de ouder-kind relatie, vanzelfsprekend de relatie met de kerk en vaak ook de relatie met God. Het roept om die reden bij ouders en andere achterblijvers in de kerk wisselende gevoelens op van pijn, verdriet, schuld en schaamte maar regelmatig ook boosheid of frustratie. Vragen als “hoe heeft het zover kunnen komen, wat hebben wij fout gedaan, waarom doet God niet wat Hij beloofd heeft”, kunnen je machteloos maken.
 
In mijn persoonlijke bijdrage probeer ik helderheid te geven over de plek waar deze vragen en gevoelens vandaan komen. Waarom raakt het ons, als ouders of kerkleden, zo diep? Daarnaast voel ik mij ook geroepen tot de zware verantwoordelijkheid om duidelijk te maken dat deze emotionele betrokkenheid bij onze kinderen of kerk veel zegt over de aard van onze eigen relatie met God zelf of juist het ontbreken daarvan. Een zware verantwoordelijkheid omdat je emotioneel kwetsbare medemensen moet confronteren met een bijzonder ongemakkelijke waarheid. Mijn eigen ervaringsdeskundigheid, als vader van kerkverlatende kinderen, helpt mij om te beseffen hoe pijnlijk deze waarheid aanvoelt.
 


 
 Relationeel schepsel
 
De mens is door God geschapen als een relationeel schepsel. Een mens kan niet zonder relaties. De menselijke relaties voorzien in de allergrootste behoefte die een mens heeft, namelijk om in zijn leven van betekenis te zijn. God schiep de mens niet alleen met een lichaam dat behoeften heeft (eten, drinken, rust, seksualiteit), maar ook met een ziel die verlangens heeft. Het verlangen naar betekenis en zekerheid geeft een mensenleven zin en is de vervulling van dat zielsverlangen. Die betekenis en zekerheid ontvang je doordat anderen, in de relatie met jou, je voorzien van erkenning, geborgenheid, veiligheid en liefde. Hoe meer je dit ontvangt, hoe zinvoller je leven voelt. Hoe minder je dit ontvangt, hoe meer je ziel lijdt aan onzekerheid of zinloosheid.
De belangrijkste relatie die van nature in dit verlangen moet voorzien, is de relatie met de ouders. Volgens Gods scheppingsorde is de belangrijkste rol van ouders dat zij hun kinderen niet alleen van eten en drinken voorzien, maar vooral van alles wat nodig is voor de ziel van het kind. Als het kind nog in een totaal afhankelijke positie van de ouders leeft, is het een belangrijke verantwoordelijkheid voor ouders om hun kinderen onvoorwaardelijk lief te hebben. Hierin zijn de ouders een belangrijke representant van God zelf. Zijn genadevolle liefde moeten zij verbeelden naar hun kinderen. Zo leert het kind dat het geliefd is en krijgt daarmee een gezond zelfbeeld en een sterke identiteit. Dat zelfbeeld en die identiteit heeft het kind hard nodig voor de rest van zijn leven. Wanneer het kind eenmaal volwassen is, moet het namelijk zelf in staat zijn om zijn kinderen onvoorwaardelijk liefde te geven.
 
 
 Omgekeerde patronen
 
Helaas is de praktijk van het leven niet meer in overeenstemming met deze scheppingsorde. We leven als ouders en kinderen niet meer in het paradijs. Door de gebrokenheid (zonde) in het leven is dit patroon zo ernstig verstoord geraakt dat dit voedingspatroon zelfs is omgekeerd. Vanwege het tekort aan bevestiging en liefde dat ouders in hun eigen kindertijd hebben opgelopen, zijn ze vaak niet in staat om hun kinderen van die broodnodige erkenning te voorzien. Integendeel zelfs. Ouders proberen (vaak onbewust en onbedoeld) hun eigen tekort juist te compenseren via hun kinderen. In plaats van dat ouders hun kinderen gelukkig moeten maken, zijn het dan de kinderen die verantwoordelijk worden voor het geluk van hun ouders. Kinderen worden zo het verlengstuk van de identiteit van de ouders. In de praktijk betekent dit dat kinderen volgens de voorwaarden van de ouders gaan leven om daarmee hun ouders de erkenning te geven waar de ouders nog steeds naar verlangen. Hier manifesteert zich de navelverstrengeling waardoor het kind nooit vrijkomt van de ouders of de ouders van het kind.
 Maar een kind blijft geen kind. Het groeit op, wordt puber, adolescent en volwassen. In ieder geval lichamelijk. Of dat op zielsniveau ook gebeurt, is nog maar de vraag. Wanneer een kind namelijk zo vast zit in de verstrengeling en het omgekeerde patroon zal het nooit als een vrij en volwassen individu kunnen leven. Het inmiddels volwassen geworden kind blijft nog sterk emotioneel afhankelijk van de erkenning van de mensen om hem heen. Het laat zich gemakkelijk raden wie in die erkenning moet gaan voorzien als deze identiteitszoekende volwassene zelf kinderen mag krijgen. De kans is maximaal aanwezig dat al het tekort op het kind geprojecteerd wordt en die zal aan alle verwachtingen van de ouders moeten gaan voldoen. Overigens zal een kind, vanwege de natuurlijke loyaliteit naar de ouders, daar graag in voorzien. Waarmee het gebroken patroon wordt doorgegeven aan de volgende generatie.
 
 
 Verwachtingspatroon
 
Religie of kerklidmaatschap speelt een vooraanstaande rol in dat verwachtingspatroon van ouders. De relatie met de kerk is een belangrijke invulling van de relatie met God. Het religieuze leven voorziet daarom bij veel kerkleden in de bevestiging van hun identiteitsverlangen om een kind van God te zijn. Waar de aardse relaties voorzien in het zielsverlangen voor het tijdelijke aardse leven, voorziet de kerkelijke relatie in het zielsverlangen voor het eeuwige leven. De bevestiging van het kind-van-God-zijn wordt dan gevonden in het meedoen aan de kerkelijke patronen, vormen en leerstelligheden. Als die kerkelijke en religieuze uitingen dan ook nog eens het waardeoordeel ‘waar’ meekrijgen ten opzichte van valse kerken, gaat het kerklidmaatschap onlosmakelijk functioneren als een selectiecriterium voor de eeuwigheid. Het is om die reden dat ouders en kerkleden de angst voor de eeuwige verlorenheid koppelen aan het verlaten van de (ware) kerk.
 
 
 Afgoderij
 
Tot zover de analyse van de relationele patronen. Nu de ongemakkelijke waarheid.
Hoe logisch en natuurlijk bovenstaande patronen ook zijn, in het licht van het evangelie zijn ze zeer ongezond en zelfs zondig. Om het nog scherper te stellen, bovenstaande patronen zijn in wezen afgoderij. Het is je betekenis en zekerheid (= vertrouwen) stellen op iets of iemand buiten God om. Jezus brengt het vlijmscherp ter sprake in Matth.10:34-37.
 34 Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. 35 Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; 36 de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! 37 Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.
 
 
Hij waarschuwt voor het grote gevaar (vijandschap!) dat de onderlinge liefde tussen ouders en kinderen groter kan zijn dan de liefde voor Hem. Juist de gezinnen waar de onderlinge liefde groot is, maar (ongemerkt) functioneert om elkaar vooral te bevestigen in de identiteit, worden door Jezus’ uitspraak aan de kaak gesteld.
 
 
 Waarde van genade
 
Religieuze en familiepatronen vormen dus een groot gevaar voor het voeden van de identiteit. Wanneer die patronen namelijk voorzien in de broodnodige betekenis en zekerheid blijft de waarde van de genade buiten beeld en zal een totale overgave aan Jezus uitblijven omdat die noodzaak niet wordt gevoeld.
De kern van het hele evangelie is namelijk dat een mens zijn hele identiteit door Gods genade moet laten vullen. Overgave aan die genade als enige bron voor je identiteit wordt door Jezus wedergeboorte genoemd. De enige weg om het Koninkrijk van God binnen te gaan (Joh.3:1-8).
Juist het thema kerkverlating is een probaat middel om bij jezelf te toetsen in hoeverre deze genade ook echt de bron is voor je eigen identiteit. Wanneer je je eigen betekenis en zekerheid volledig ontvangt uit de persoonlijke en intieme relatie met God zal je, in volledig vertrouwen op God, je kind kunnen loslaten en hem of haar zelfs de zegen (goede woorden) mee kunnen geven. Wanneer je echt leeft van Zijn genade ontdek je zelfs dat het niet eens jouw kind is, maar Zijn kind. Wanneer je echt leeft van Zijn genade doorleef je ook dat jouw relatie met God eerder een keuze was van Hem dan van jou.
 
 
Arie de Rover is coach en pastoraal counselor bij Stichting RenoVita, www.renovita.nl.