Nieuwe spiritualiteit

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm


Met welke krachten komen wij in aanraking?

 


Door drs. Martie Dieperink

Paranormale ervaringen in de New Age

Zoals gezegd begint de mens van deze tijd weer in wonderen en in de geestenwereld te geloven. Veel mensen in Nederland zijn bijvoorbeeld naar het medium Jomanda in het stadje Tiel toegegaan, omdat ze daar opvallende dingen zagen gebeuren en ze zich na afloop blijkbaar beter voelden. In de New Age wereld kunnen er inderdaad net zoals in de Bijbel opmerkelijke dingen gebeuren. De grote vraag is wat het voor wonderen zijn. Als Jomanda handen oplegt, draagt ze dan - net als de apostelen! - de Heilige Geest over? Of is dit gewoon humbug? Of gebeurt er werkelijk wat? Maar wàt?

 
Prof. Tenhaeff, die vroeger jarenlang professor is geweest in de Parapsychologie, was van mening dat de Bijbel vol zit met paranormale ervaringen en vergeleek die met ervaringen van paragnosten en helderzienden. Paragnosten kunnen, zoals eens de profeten in de Bijbel, toekomstvoorspellingen doen. Volgens hem gaat het bij paranormale gaven eigenlijk om algemeen menselijke vermogens die ontwikkeld kunnen worden. Het interesseerde hem heel erg dat oosterse yogi’s hun paranormale vermogens door een training ontwikkelen.
Ook in New Age boeken vinden we de gedachte dat oosterse yogi’s dezelfde wonderen verrichten als Christus. Als een yogi een sinaasappel uit de lucht plukt, werd dat vergeleken met de spijsvermenigvuldiging van Christus. Het feit dat goeroes na hun dood kunnen verschijnen, werd vergeleken met de opstanding van Jezus Christus. Ook ik dacht zelf: alle wonderen komen van God.
De goeroe, een oude vrouw, met wie ik in India kennis maakte, had grote paranormale vermogens. Ze kon je gedachten lezen, kon in trance gaan en elders verschijnen en ze had ook een genezende gave. Ik ervoer dat ze een kracht had die boven het menselijke uitging. Ik dacht: wat bovennatuurlijk is, moet wel van God komen…
 
Het idee dat het bij paranormale zaken om algemeen menselijke vermogens gaat, vinden we tegenwoordig ook in christelijke literatuur. Ds. Piet Schelling schrijft in zijn boek Jomanda, heks of heilige:

“Wat de paranormale begaafdheid betreft: mijn vooronderstelling is dat paranormale gaven behoren tot de schepping van God en dat van deze gaven een helende werking kan uitgaan… Paranormale gaven behoren tot de schepping en kunnen ten deel vallen aan elk individueel mensenkind. Ook Jomanda kan over zulke scheppingsgaven beschikken.” [4]

Dan zou het dus gaan om neutrale menselijke vermogens. Dan zijn het vermogens die ons zijn ingeschapen en we zeggen dat God ze heeft ingeschapen als we gelovig zijn. Dan kunnen ze ook door ons verder worden ontwikkeld. Waar ds. Schelling echter geen rekening mee houdt is dat mensen deze paranormale gaven gewoonlijk van nature niet hebben, maar ze door een training, techniek of inwijding ontwikkelen. Wat gebeurt er tijdens een training of inwijding? Het is een manier om contact te maken met de geestenwereld. Jomanda bijvoorbeeld wordt bij haar genezingen geholpen door geesten van overledenen die ze heeft opgeroepen. Dan is er meer aan de hand dan dat ze een algemeen menselijk vermogen heeft om zieken te genezen.

 


Negatieve ervaringen

Wat we in het boek van ds. Schelling tevens niet vinden is dat mensen ook negatieve ervaringen kunnen opdoen met paranormale genezers zoals Jomanda. Zo hoorde ik van een lief mongooltje, dat bij zijn ouders woonde en zijn tijd doorbracht met het luisteren naar CD’s. Een kennis van de ouders had een ingestraald kaartje van Jomanda meegebracht en adviseerde hen dat onder het hoofdkussen van hun zoon te leggen; dat zou goed voor hem zijn. Ze deden aldus. De jongen wist zich geen raad meer. Hij had het gevoel dat hij aan alle kanten werd geschopt en geslagen en viel kilo’s af. De ouders hebben hem toen meegenomen naar een exorcist en toen kwam hij weer tot rust.
 
De grote vraag is hoe wij zulke negatieve ervaringen moeten verklaren. Tijdens een gesprek dat de exorcist en ik met Jomanda hadden, verklaarde ze het negatieve gebeuren gewoon weg. Dat was niet haar schuld. Dan komt het negatieve wat er in de mens zelf zit, naar buiten. Natuurlijk kan het gebeuren dat men door psychische problemen op een bepaald moment ook lichamelijk ziek wordt. In het geval van de mongool is deze verklaring niet toepasselijk, want hij had geen psychische problemen en had juist het gevoel dat hij van buiten af werd gekweld. En als dit in hem zelf had gezeten, hadden de ouders het wel eerder gemerkt. De meest waarschijnlijke verklaring is in dit geval dat de jongen van buitenaf door een negatieve macht werd gekweld.
 
Zelf heb ik ook na mijn terugkeer uit India, waar ik door de goeroe werd ingewijd, in Nederland een ware lijdenstijd gekregen, - ik moest o.a. ondragelijke pijnen doorstaan - die een normaal leven jarenlang onmogelijk maakte. Ik was ook kerngezond toen ik naar India toeging. Ik herinner me nog dat ik in de ashram voorspellende dromen over Nederland kreeg die zeer negatief waren en dat ik ook het gevoel had dat me in Nederland een moeilijke tijd te wachten zou staan. Ik was zelf niet met negatieve gedachten bezig en vergat die dromen toen ook weer. Ik dacht aan mijn studie die ik wilde beëindigen. De bron van de moeilijke tijd is tot het verblijf in de ashram terug te voeren.
In zijn boek Tussen wetenschap en mystiek vertelt Rolf Wennekes dat zich bij mensen die Transcendente Meditatie beoefenen, ernstige geestelijke en lichamelijke klachten kunnen voordoen, ook bij mensen die eerst volkomen gezond waren. Hij schrijft:

“Maar de onverklaarbare en ingrijpende ervaringen van snel wisselende bewustzijnstoestanden en het daaruit resulterende spectrum van ernstige geestelijke en lichamelijke klachten kunnen zich ook voordoen bij mediterenden, die nooit klachten in die richting hebben gehad en in het verleden maatschappelijk stabiel gefunctioneerd hebben.” [5]

Ik ben dus bovendien niet de enige die negatieve ervaringen heb gekregen, anders zou ik inderdaad kunnen denken dat ik daarvan zèlf de schuld ben. Wat mij is overkomen, blijkt een algemeen herkenbaar patroon te zijn dat voorkomt bij mensen die zich met paranormale zaken uit het alternatieve circuit hebben beziggehouden. We moeten wel concluderen dat we in het alternatieve circuit met negatieve krachten in aanraking kunnen komen.
 
We kunnen niet aan de vraag voorbijgaan waarom men in het alternatieve circuit negatieve ervaringen kan opdoen. In mijn New Age tijd las ik een boek van een hindoe – ik ben de naam vergeten – die ging mediteren en toen jarenlang een strijd tegen krankzinnigheid te voeren had. Hij kon niet begrijpen waarom hem dit overkwam, daar hij geen gevaarlijke technieken had toegepast. Hij legde alle mogelijke goeroes in India zijn geval voor, maar niemand kon hem een bevredigende verklaring voor zijn problemen geven.
Ik begreep in mijn New Age tijd ook niet waarom ik veel te lijden had. De goeroe Aurobindo schreef in zijn boeken dat je pijn moest lijden, als je de wereld vooruit wilde helpen. Maar doet een liefdevolle God dat werkelijk de mens aan? Mijn grote vraag was: waarom kom ik in duisternis terecht, terwijl ik God zoek?
 

Een waarschuwing in de Bijbel 

Een antwoord op deze vraag vond ik ten slotte in de Bijbel. Met nieuwe ogen begon ik de Bijbel te lezen, na er vele jaren lang nauwelijks in gekeken te hebben. Dit boek waarschuwt voor negatieve paranormale ervaringen. In mijn New Age tijd zag ik gewoon de passages die waarschuwen niet. Ik was tenslotte jong en me van geen gevaar bewust. Na een lange lijdenstijd werden echter mijn ogen geopend. De Bijbel bleek te waarschuwen voor negatieve ervaringen die ik zelf had doorstaan. Toen kon ik begrijpen wat me was overkomen.
 
In de Bijbel lezen we dat er niet alleen goede engelen, maar ook duistere machten zijn, namelijk demonen, met satan als hun overste. Er wordt gewaarschuwd voor praktijken waardoor men met die verkeerde machten in aanraking komt. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer men spiritisme beoefent, d.w.z. geesten van doden oproept. De Bijbel leert dat we eerst de geesten moeten toetsen om te zien of ze wel uit God komen, want er zijn ook valse tekenen en wonderen mogelijk. Jezus waarschuwde:

“Want er zullen valse christussen komen en valse profeten, en ze zullen grote tekenen en wonderen doen om, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen” (Matt. 24:24). 

De valse wonderen behoren in de Bijbel tot het verschijnsel toverij of magie. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen echte wonderen van God en toverkunsten uit het rijk der duisternis. 
 

Prof. Tenhaeff was er fel tegen gekant om een onderscheid te maken tussen echte en valse wonderen. Hij schrijft in verband met het verhaal over Simon de tovenaar in Handelingen 8:

“Het behoeft geen betoog dat het denigrerende oordeel, hier door antieke kerkelijke auteurs over de magiër en zijn magische verschijnselen uitgesproken, samenhangt met een gebrek aan inzicht inzake het wezen der verschijnselen, door zowel de apostelen als Simon geproduceerd. Terecht heeft Eduard von Hartmann er reeds in het laatst van de vorige eeuw op gewezen, dat de heiligen en vroomste zonen der kerk nauwkeurig dezelfde verschijnselen hebben bewerkstelligd als de heksen, tovenaars en geestenbezweerders, die door Satan heetten te worden geholpen. De geschiedenis van Simon de tovenaar, zoals wij deze in verschillende christelijke geschriften beschreven vinden, is een der talrijke voorbeelden van de grote dwaling van de orthodoxe christenheid, die eeuwenlang in paranormale vermogens slechts goddelijke dan wel duivelse gaven vermocht te zien, een dwaling waartegen overigens reeds de middeleeuwse auteur Bonaventura protest aantekende. Hij was er zich reeds van bewust dat aan de paranormale verschijnselen vermogens van algemeen-menselijke aard ten grondslag liggen. Daarmede is echter niet gezegd dat deze vermogens zich bij alle mensen in gelijke mate openbaren. Er bestaan hier tussen de mensen verschillen van graduele aard.” [6]

Maar in zijn betoog maakt hij een bepaalde denkfout. Het is al niet juist te stellen dat pas de kerkelijke auteurs onderscheid maakten tussen echte en valse wonderen, en de paranormale gaven van Simon de tovenaar hebben veroordeeld. De Bijbel doet dat zelf. Ook Jezus doet dat. Wat prof. Tenhaeff daarentegen niet onderscheidt is het volgende. De mens heeft inderdaad in het algemeen vermogen om met de onzienlijke wereld contact te maken. Als dat algemeen menselijke vermogen er niet was, zou geen mens een engel kunnen zien. We hebben er een antenne voor. Maar de vraag is ook essentieel op welke geestenwereld wij onze antenne afstemmen. Als er goede en duistere engelen bestaan, is het zaak onze antenne op de goede engelen af te stemmen en niet op de verkeerde.
Het is ook een algemeen menselijk vermogen om energie over te dragen. Als een moeder haar hand op de pijnlijke plek van de knie van haar kind dat is gevallen legt, kan dat helpen tegen de pijn. Maar bij een paranormale genezer is er meer aan de hand. Zo vertelt de magnetiseur Frank den Ouden dat hij bij zijn werk de hulp van spirituele gidsen heeft gekregen. Daardoor kan hij beter mensen genezen. Dan hebben we ons ook weer af te vragen met welke geesten wij in contact komen. Hoe weten wij of we met positieve energie dan wel met negatieve energie in contact komen? Dit is een hoogstnoodzakelijke vraag want ik heb zelf en met mij hebben anderen ervaren dat we met negatieve krachten in aanraking kunnen komen.
 

[4] Piet Schelling. Jomanda, heks of heilige?, Kampen: Kok, 1995, p. 42.

[5] Rolf Wennekes. Tussen wetenschap en mystiek, Kampen: Kok, p.103.

[6] dr. W.H.C. Tenhaeff. Magnetiseurs, somnambulen en gebedsgenezers, Den Haag: Leopold, 1980, p. 233.

 

 Wordt vervolgd.

 

© paranormal-ministry.com – Martie Dieperink