Opvoeding

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm


Verdriet, schuldgevoelens, boosheid en onmacht

Ineke van Dongen

De gevolgen van kerkverlating

 

De belangstelling voor de landelijke bijeenkomst over kerkverlating (november 2010) was zo groot dat De Driehoek inmiddels in Assen en Capelle a/d IJssel ook een themadag over dit onderwerp heeft georganiseerd. Om een beeld te kunnen vormen van de gevolgen van kerkverlating voor ouders, familie en vrienden hebben we reacties gevraagd van deelnemers aan de themadag. Spreken over kerkverlating en je ervaringen en gevoelens op papier zetten, blijkt heel wat los te maken: verdriet, schuldgevoelens, boosheid en onmacht, maar ook opluchting omdat er eindelijk aandacht en ruimte voor erkenning is. Zoals Joke het verwoordt: “Wat is het heilzaam om de afgelopen jaren eens op een rijtje te zetten en te merken hoe God zijn weg met ons gaat”.


Als je kind of je partner niet meer gelooft en niet meer naar de kerk gaat, heeft dat een groot effect, ook op het gezinsleven. De relatie met de kinderen kan onder druk komen te staan. Het blijkt dat alle partijen opnieuw een evenwicht moeten vinden.


De vanzelfsprekendheid van de zondagsinvulling valt weg


Joke heeft vier volwassen kinderen die nog thuis wonen. Haar oudste zoon heeft verteld dat hij met God niets heeft; inmiddels heeft hij de kerk verlaten, haar dochter gaat sporadisch mee. “In het begin was een goede verstandhouding ver te zoeken. Iedereen, ook de jongste twee kinderen, moest z’n plek hervinden. Er werd veel gekibbeld, gehuild en gelukkig ook gepraat en geknuffeld. Blijkbaar was de hechte band van liefde onderling al gesmeed en niet stuk te krijgen. Gods goedheid zeg ik nu.”
Soms voelt het alsof er twee kampen zijn in haar gezin: zij die God willen dienen en zij die dat niet doen. Ook de vanzelfsprekendheid van de zondagsinvulling valt weg. “Was er eerder een gezamenlijk ontmoetingsmoment, zoals samen eten, omdat er hetzelfde ritme in de dag was, nu is het vaak rommelig. Een stukje rustdag is verdwenen. De één gaat voetballen, de ander naar het strand. We moeten als ouders afspraken maken over wat we willen handhaven als christelijke norm in ons gezin, zoals eerbied voor het bidden, danken en bijbellezen.”


Wat voor ons het belangrijkste is, is niet bespreekbaar


Yvonne heeft vier kinderen, twee van hen gaan niet meer naar de kerk, één heeft zich laten overdopen in een evangelische gemeente en een dochter heeft veel moeite met alle veranderingen in de kerk. Bij zoveel verschillen is het moeilijk om goed in gesprek te blijven. ’Wat voor ons het belangrijkste is, is niet bespreekbaar en daar lijden wij verschrikkelijk onder. Het is op eieren lopen over wat je wel zegt of niet. Het lijkt een gespleten leven. We zijn nu zover dat we uit alle macht proberen om de relatie met onze kinderen goed te houden.’


Er brak iets tussen mijn zoon en mij

 

Dat je, ondanks de keus van je kind, nog net zoveel van hem houdt, is mooie theorie. Maar om dat in de praktijk van harte een realiteit te laten zijn, is best lastig. Joke: “Er brak iets tussen mijn zoon en mij. Vooral van mijn kant. Er eigenlijk niet aan willen dat hij met God niets meer te maken wil hebben, terwijl God voor mij het allerbelangrijkste is in mijn leven. Gelukkig zijn we ervoor bewaard gebleven dat we hem als persoon hebben afgewezen. Dat verbaasde hem en ons eigenlijk ook. Puur genade!”
 

Erik vond het moeilijk om te accepteren dat hun zoon de relatie met de kerk verbrak, schrijft Jantine. “Toen onze zoon trouwde, heeft Erik hem het ‘366 dagen boek’ van Jos Douma overhandigd met een ludieke speech en een verwijzing naar de overhandiging van de trouwbijbel in de kerk. Het was voor Erik belangrijk om dat zo te doen. ‘Eigenlijk’, zo zei hij zelf, ‘deed ik dat meer voor mijn eigen gemoedsrust’.”
 

In de kerk is het nog het moeilijkst. De wet, psalmen, dopen; het roept allemaal verdriet op
 

“Ik wil er nooit meer over praten!” Zo eindigde het laatste gesprek over het geloof dat Willemien en haar man met zoon Jan-Willem voerden. Vanwege zijn studie was Jan-Willem op kamers gaan wonen in een studentenstad. Regelmatig kwam hij een weekend thuis, maar over zijn geloofstwijfels heeft hij nooit gesproken. Willemien vertelt dat zij als bij toeval ontdekten dat hij samenwoonde met een meisje en nooit meer naar de kerk ging. Als ze hem er naar vragen, reageert Jan-Willem: “Ik geloof gewoon niet en zal het ook nooit meer gaan doen. Ik vind het verdrietig voor jullie, maar het laatste woord is er nu over gezegd”.
Willemien: “Voor ons was die dag een drama. Zo onverwachts, we hadden het niet zien aankomen. In de kerk is het nog het moeilijkst. De wet, psalmen, dopen, kerst! Het roept allemaal verdriet op.”


Als je kind je niet volgt in het geloof, heb je dan als voorbeeld gefaald?

 

Veel ouders worstelen met schuldgevoelens als hun kind de kerk (en God?) verlaat. Waar is het mis gegaan? Wat had ik anders moeten doen? Hadden we het niet eerder al moeten merken? Waarom heb ik eigenlijk al die tijd en energie gestoken in het voorlezen uit de kinderbijbel, het meezingen van de kinderliedjes van Elly en Rikkert, het avondgebedje, de gesprekken over geloof, de Bijbel? In de kerk wordt nogal eens gesproken over de voorbeeldfunctie die je als ouders
hebt. Goed voorbeeld doet goed volgen. En dat lijkt heel logisch. Maar andersom? Als je kind je niet volgt in het geloof, heb je dan als voorbeeld gefaald? Dat kweekt een enorm schuldgevoel. “Ook wij hebben naar vermogen gedaan wat we konden. Helaas, zonder resultaat, of, hoe zeg je dat? De Here heeft het niet gezegend”, vraagt Yvonne zich af.


Ligt er wel altijd schuld bij ouders? Gerard verwijst naar de ervaringen die zijn dochter in de kerk en op school heeft opgedaan: “Waarom ben je door je kleine broedertjes en zustertjes zo gepest en op school zo geziekt? Waarom werd alleen al het bestaan van deze situaties ontkend door volwassenen en gelovige mede-ouders? God had je toch apart gezet?”

Mijn gevoel dat ik heb gefaald in onze opvoeding kan ik met weinigen delen


“Bijna niemand heeft in de gaten dat de pijn die de gebrokenheid in ons gezin oplevert, na de keus van onze zoon en dochter blijvend is. Mijn gevoel dat ik heb gefaald in onze opvoeding kan ik met weinigen delen. Of mensen wuiven het als onzin van de hand of ze weten de vinger te leggen, waar ik fouten heb gemaakt. Net of ik dat zelf al niet weet!”, reageert Joke, nu twee van haar vier kinderen de kerk hebben verlaten. “Ik blijf het moeilijk vinden om me neer te moeten leggen bij beslissingen die mijn kinderen nemen, die niet overeenkomen met of zelfs tegen Gods wil ingaan. Een geweldig stuk onmacht en gevoelens van falen, vooral tegenover God, ik had het anders moeten/kunnen doen...”


Eigenlijk kan niemand het goed doen, als het om kerkverlating gaat!


Marry’s vriendin heeft de kerk verlaten. “Ik heb het zien aankomen, onze gesprekken liepen vast. Ik heb de dominee en haar ouderling gevraagd om tips en om bezoek. Ik heb het niet gekregen. Wat had ik het fijn gevonden als iemand mij had verteld dat eigenlijk niemand het goed kan doen als het om kerkverlating gaat. Ik sta ‘binnen’ en de ander (bijna) ‘buiten’. De lezing van Peter van de Kamp (komt in een volgende aflevering, red.) heeft mij als het ware weerbaar gemaakt hierin!”
Niet alleen ouders, ook kinderen kunnen zich schuldig voelen als zij de kerk verlaten. Renske en haar man hebben zes kinderen. Twee van hen hebben de relatie met de kerk verbroken, zij zeggen niet meer in God te geloven. “We hebben onze kinderen langzamerhand zien verdwijnen. Overbodig te zeggen dat dat onnoemelijk veel verdriet gaf en nog geeft. Voor de kinderen zelf was het ook een moeilijke tijd omdat ze beseften dat ze ons verdriet deden. Dat heb ik altijd bijzonder gevonden, dat ze verdrietig waren om ons verdriet. Terwijl ze niet echt begrepen waarom we nu eigenlijk verdrietig waren.”


Kom op God, U kunt toch alles, pak hem dan bij zijn kraag!
 

Toen zoon Hans de kerk en God verliet, heeft Jantine met God gevochten: “Kom op God, U kunt toch alles, pak hem dan bij zijn kraag en haal hem terug!”. Tegelijk beseft ze dat ze God vertelt wat Hij volgens haar moet doen.
 

Kerkverlating heeft vaak ook effect op je relatie met God. Waar de ene mens zich juist gesterkt voelt in de relatie met God, groeit bij de ander een diepe teleurstelling en wantrouwen. Geeft de doopbelofte juist steun en vertrouwen op God of lijkt het allemaal zinloos geweest?
“Mijn relatie met God is zeker veranderd. Als we in de kerk zingen: ‘Groot is uw trouw, o Heer!’ dan kan ik dat niet meezingen. Mijn vertrouwen in God is weg”, vertelt Ingeborg. Vier van haar zes kinderen hebben de kerk verlaten en twee van hen hebben God echt de rug toegekeerd. Praten over geloof is vooral een voorzichtig onderwerp geworden. Ze worstelt met Romeinen 9 vers 16: “Alles hangt dus af van God en zijn barmhartigheid, niet van de wil of de inspanning van de mens. Als we zonder zijn wil niet kunnen geloven, kunnen onze vier kinderen die God de rug hebben toegekeerd daar dan wel wat aan doen? Hier heb ik veel over nagedacht en zou er graag rust in vinden.”
 

Gerard vertelt dat zijn persoonlijke relatie met God sterker is geworden, nadat zijn dochter de kerk heeft verlaten. “Ik begrijp God alleen niet altijd, er zijn zoveel vragen. Kerkdiensten, vooral het zingen in de dienst, zijn erg emotioneel geworden.”
Ook Renske getuigt dat haar relatie met God is verdiept. “God heeft er ook verdriet van. Onze kinderen hebben zelf de keuze gemaakt en alleen God kan hun harten veranderen. Dat is dan ook ons dagelijks gebed.” Liesbeth blijft vertrouwen op Gods rechtvaardigheid: “Ik blijf pleiten op Gods beloften die onze zoon ook kreeg bij zijn doop”.

Waar blijven Gods beloften? ik heb daar altijd zo op gebouwd!
 

“Toen onze zoon vertelde dat hij niet kon geloven dat God bestaat, waren wij erg van streek”, aldus Bram. “Ik begon me af te vragen: ‘Waar blijven Gods beloften? Ik heb daar altijd zo op gebouwd!’ Toen ik daar mee rond bleef lopen en tegelijk veel gesprekken met mijn zoon hierover had, kwam ikzelf ook in een diepe geloofscrisis terecht. God staat, zonder dat ik dat wil, vaak heel ver van me af.”
Rudolf zegt dat hij met name steun uit de kerk heeft gemist. “Kerkverlaters bestaan niet voor de kerk, dat heeft ons erg eenzaam gemaakt in ons verdriet. Onze relatie met God is niet veranderd, ik weet dat Hij alleen je kan helpen en zo ervaar ik het ook. Het gebed is een machtig wapen om zelf niet onder te gaan in je verdriet.”
Hanneke ervaart dat haar relatie met God sterk is veranderd nadat haar kinderen de kerk hebben verlaten. “Ik geloof dat God bestaat, maar begrijp niet hoe het allemaal in elkaar steekt. Ik heb altijd veel voor mijn gezin en mijn kinderen gebeden. Nu heb ik eigenlijk nog maar één zinnetje: ‘Wees met ons, zorg voor ons’. Ik begrijp zo weinig meer van het geloof, dat ik het allemaal wat wegschuif.”
Ook Willemien merkt dat de relatie met God veranderd is: “Soms weet ik het allemaal niet meer. Ik bid en zeg dit ook tegen God, in de hoop dat Hij mij begrijpt. Natuurlijk bidden wij ook elke dag voor onze kinderen en zeker voor Jan-Willem. Wij zien geen verandering, wel weten wij dat bij God alles mogelijk is, maar af en toe is het wel heel zwaar.”
 

De vraag ‘waarom zou ik in God geloven’ komt dichterbij, ik kan me beter inleven in mijn zoon
 

Voor Joke krijgt de lijfspreuk: ‘Vroeger praatte ik met mijn kinderen over God, nu praat ik meer met God over mijn kinderen’ nog meer betekenis. “Mijn eigen kwetsbaarheid en afhankelijkheid van Hem is groter geworden en dat is winst. Ook mijn geloof is behoorlijk op de proef gesteld en ik heb gemerkt dat God zijn aanwezigheid niet altijd aan mij laat merken. De vraag ‘waarom zou ik in God geloven’ komt dichterbij en ik kan me dan ook beter inleven in mijn zoon en er met hem over praten.”
Tegelijk worstelt ze om God God te laten zijn zonder Hem constant ter verantwoording te roepen: “Waarom gaan mijn kinderen deze wegen”.
“Mijn vragen, mijn onrust, mijn verwijten naar mezelf en naar God. En toch, uiteindelijk heeft God mij, na een lange omweg, laten zien dat ik ondanks of waarschijnlijk dankzij, deze moeilijke wegen dichter bij Hem ben gekomen. Ik ben een milder mens geworden omdat ik mocht/moest ervaren dat het geloof ook voor mij niet vanzelfsprekend is!”


Ineke van Dongen is communicatieadviseur bij Stichting De Driehoek en medeorganisator van de themadag ‘Uit de kerk, uit het hart?!’
 

Alle namen zijn gefingeerd; hiervoor is gekozen omdat de meeste ouders aangaven liever anoniem te blijven, vooral om de privacy van hun kinderen te kunnen waarborgen.