Huwelijk en seksualiteit

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm

 BEWAAR HET MOOISTE VOOR HET LAATST


 

Eenderde jeugd gaat vreemd
 

Bijna 30% van de jongeren is wel eens vreemd gegaan. Hierbij blijft het lang niet altijd bij zoenen. Vertellen tegen je partner blijkt een hele opgave: de helft heeft het nooit opgebiecht. Dat is een van de conclusies van een onderzoek van Top-X, het jongerenpanel van het actualiteitenprogramma EénVandaag, zo werd onlangs bekendgemaakt.
In samenwerking met NOS Headlines en het programma Metropolis ondervroeg Top-X 2.300 jongeren tussen 12 en 24 jaar. De helft bekende wel eens in de verleiding te zijn geweest om vreemd te gaan. 28% zei voor de verleiding te zijn gezwicht. Van hen zei het merendeel met een ander te hebben gezoend, één op de drie had seks met een ander. Jongens gaan volgens het onderzoek vaker in de fout dan meisjes.

Bron: Telegraaf
 

Jongeren kunnen seksueel actief worden zodra ze vinden dat ze daar aan toe zijn. En als ze de juiste voorzorgsmaatregelen nemen, is alles prima. Zo denkt de moderne samenleving erover. Uitspraken als: „Wanneer het goed voelt, dan is het goed” zijn de laatste decennia als algemene waarheden geproclameerd. Klinkklare onzin, blijkt uit het boek Hooked, waarin de resultaten van zestien jaar wetenschappelijk onderzoek zijn beschreven.


That’s the question

 

Wat kan de neurowetenschap ons leren over iets wat zo ondefinieerbaar en persoonlijk is als liefde? De schrijvers zochten antwoord op een aantal vragen, waaronder deze:

 

 

Hoe kan het dat vrouwen die geen maagd meer waren toen ze trouwden, veel meer kans hebben om te scheiden dan zij die geen seks voor het huwelijk hadden?
 

Hoe komt het dat getrouwde stellen hoger scoren bij seksuele tevredenheidonderzoeken dan ongetrouwde personen die één of meerdere seksuele partners hebben?
 

Waarom hebben seksueel actieve jongeren meer kans om depressief te worden dan hun leeftijdsgenoten die niet seksueel actief zijn?
 

Waarom hebben stellen die samenwonen vier keer zoveel kans op ontrouw in hun relatie dan getrouwde stellen?
 

Volgens Mcllhaney en McKissic Bush geven de nieuwste onderzoeken op het gebied van de neurowetenschap duidelijke en opzienbarende antwoorden op deze vragen.

 

‘Seksualiteit kan letterlijk iemands brein en het gedachteproces veranderen en zelfs toekomstige beslissingen beïnvloeden,’ schrijven de auteurs McIlhaney en McKissic Bush. Aan de hand van modern neurowetenschappelijk onderzoek brachten ze nieuwe informatie aan het licht over de invloed van seksualiteit op onze hersenen.
 

Hersenontwikkeling
 

Er wordt wel eens gezegd dat het grootste seksuele orgaan van de mens z’n hersenen zijn. Hersenen vormen in elk geval het meest complexe orgaan. Ze zijn verantwoordelijk voor activiteiten en effecten die veel verder gaan dan het tijdelijke plezier van seksualiteit. Bij de talloze zenuwcellen (neuronen), die via synapsen met elkaar verbonden zijn, kunnen nieuwe zenuwcellen gecreëerd worden, die zich verder ontwikkelen of afsterven, afhankelijk van onze gedachten en activiteiten. Op die manier verandert ieder mens zelf de specifieke structuur van z’n hersenen door z’n gedrag en door de keuzes die hij of zij maakt.
Gezond gedrag vereist onderscheidingsvermogen. Dat vermogen is pas aanwezig als de hersenen volledig ontwikkeld zijn. Dan pas kunnen de gevolgen van gedrag volledig worden overzien.
Voornamelijk met behulp van MRI-scans deden wetenschappers een belangrijke ontdekking over de groei en de rijping van de hersenen. Het deel van de hersenen dat de mogelijkheid om volwassen beslissingen te kunnen nemen bestuurt, is namelijk voor het 25- ste levensjaar, fysiek gezien, nog niet volgroeid.
 
 

Hormonen

Het was al bekend dat bij jongens uit gezinnen met een slechte, ongezonde ouder- kindrelatie het risico om betrokken te raken bij allerlei soorten van gevaarlijk gedrag (ook op seksueel vlak) veel groter is dan bij leeftijdgenoten die opgroeien in een stabiel gezin. Bij meisjes uit zulke gezinnen is dat risico nog hoger. Bij de jongeren die vervielen in afkeurbaar seksueel gedrag bleek in alle gevallen dat de thuissituatie, opmerkelijk genoeg, een grotere invloed had dan hun bovengemiddeld hoge hormoonwaarden. Als de ouder-kindrelatie goed was, leken deze hormoonwaarden zelfs nauwelijks meer een rol te spelen.
Wat geeft dit aan? De auteurs schrijven erover: ‘Iedere puber gaat door een periode van enorme lichamelijke en geestelijke veranderingen. Een intense fascinatie voor seksualiteit gaat vaak gepaard met deze veranderingen. Maar blijkbaar bepaalt dit toch niet de beslissingen over het seksuele gedrag van jongeren. In een gezonde thuissituatie en bij goede ouderbegeleiding kan een jongere uitstekend door deze onstuimige periode heen komen.’
Overigens, in een onderzoek over seksualiteit, gepubliceerd in Seventeen Magazine, bekende de helft van de jongeren dat ze weliswaar vaak toegaven aan alleen maar een ‘spannende avond’ (‘just a hook-up’), maar dat ze eigenlijk graag een echte, vaste relatie wilden hebben.
McIlhaney en McKissic Bush zijn ervan overtuigd dat, als deze nieuwe onderzoeken bekend zullen worden, er verandering van seksuele moraal mogelijk is: ‘Nu we deze informatie hebben, is er een grote kans dat we individueel en als samenleving een nieuwe seksuele revolutie teweeg kunnen brengen. Eén die werkelijk draait om seksuele gezondheid! Wij geloven dat echte verandering mogelijk is voor de grootste risicogroep: onze jongeren.’
 

Boek:

HOOKED.
 New science on how casual sex is affecting our children, Joe S. McIlhaney en Freda McKissic Bush,
 Moody Publishers, 2008
 

Dit artikel verscheen eerder in Weet.magazine nr. 2 (2010). www.weet-magazine.nl.