Opvoeding

Zoeken naar onderwerpen in meer dan 100 christelijke websites

transparant.jpg
Open zoekscherm

Jef De Vriese

KINDEREN TUCHTIGEN

De Bijbel adviseert het gebruik van de roede bij het tuchtigen van kinderen. Dit artikel probeert aan te tonen hoe dit advies in de praktijk van een liefdevolle ouder-kind-relatie toegepast kan worden.
Met dank aan John den Boer voor het gebruik van zijn inzichten en adviezen.

Inleiding
Vroeger waren er misschien niet zoveel mensen die over opvoeding nadachten. Ouders werden in evenwicht gehouden door de algemene opinie. Iemand vertelde dat hij vroeger, toen hij de Heer Jezus nog niet kende, met zijn ouders ergens op bezoek was en dat de kinderen daar nogal rumoerig waren. Toen ze thuis kwamen maakte zijn vader een opmerking dat die mensen hun kinderen niet in bedwang konden houden. Dat kinderen moesten luisteren was zelfs voor ongelovigen klaar en duidelijk.
Vandaag de dag is het een omgekeerde situatie. De mensen zijn verbaasd wanneer kinderen rustig blijven en doen wat je als ouder vraagt. Je krijgt dan reacties als: “Hé, die moet je eens bezig zien. Dat zijn brave kinderen.” De toestand is vandaag compleet omgekeerd. Weinig kinderen hebben houvast en je zou alleen al bij de gedachte, dat er enkele rakkers op bezoek komen en daarbij onafwendbaar het huis op stelten zetten, bang worden of gewoon het noodlot ondergaan...

 

Onderwijs uw kind in het goede
Kinderen opvoeden gebeurt niet door uitsluitend verboden te communiceren. “Dit mag niet. Dit is verboden”. Een groot deel van de communicatie tussen ouders en kinderen is jammer genoeg negatief gekleurd: “Mors niet met de melk. Maak er geen zootje van. Wat heb je nu weer verzonnen?” Leiding en correctie hebben een positief doel: een kind bij Jezus brengen. Daarom is bemoediging en het positief spreken met kinderen belangrijk.
Hoor, mijn zoon, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet, want zij zijn een krans voor uw hoofd, een keten voor uw hals. (Spr. 1:8-9)
Ouders die hun kinderen onderwijzen moeten een heleboel creativiteit en vindingrijkheid aan de dag leggen om de waarheden van Gods Woord mee te delen. Voor het onderwijs in de Schrift zijn er allerlei hulpmiddelen beschikbaar: kinderbijbels, de bijbel in allerlei vertalingen, bijbelstudieboekjes, enz. Kinderen kunnen hierbij van jongsaf aan betrokken worden.
Wij hebben met onze kinderen vanaf de wieg ‘s avonds gebeden. Later kwamen de kinderbijbels en verhalenboekjes over personen in de bijbel. Rondom 8 jaar verwachtten we dat ze zelf de Schrift gingen onderzoeken aan de hand van aangepaste bijbelstudieboekjes. ‘s Morgens worden ze een kwartier vroeger uit bed geroepen om zelf de dag met God te beginnen. Bij het ontbijt wordt er over nagepraat en ‘s avonds worden de gebeurtenissen van de dag besproken en aan de Heer opgedragen. We proberen daarin creatief te zijn. Op een keer hebben we, bijvoorbeeld, het boek Spreuken doorgenomen. De kinderen lazen één hoofdstuk per dag en kozen daaruit een vers dat hen aansprak. Daarover praatten we door. Een vers over de spotters leidt tot een gesprek over hoe je omgaat met een vervelend kind in de klas dat kliekjes opzet tegen een ander kind om het belachelijk te maken. Het verhaal over de vrouw met de gladde tong leidt tot een gedachtewisseling over hoeren, condooms, aids, de liefde van papa en mama vergeleken met de “liefde” in een populair televisieprogramma. Twee seconden later gaat het over chocolade en melk, of een diertje dat ze in de tuin gevonden hebben. Ook dat zijn dingen die God gegeven heeft. Gods waarheden worden hun letterlijk met de paplepel ingegoten. Alle dingen van het leven worden vanzelfsprekend en natuurlijk verbonden met principes uit Gods Woord. Dit soort geestelijke gesprekken mogen nooit als iets vervelends ervaren worden. Ze zijn een niet weg te denken onderdeel van het gesprek aan tafel, de tijd in de auto, het bekijken van een televisieprogramma of een wandeling.
“Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat.” (Deut. 6:7)
Kinderen krijgen veel informatie die haaks op het Evangelie staat. Het is onze taak dingen recht te zetten. Een kind van 14 jaar kreeg het aids-preventie team op schoolbezoek. Hun boodschap was: “Als je thuis komt wees dan voorzichtig met wat je zegt, want op dit vlak is het niet zo dat de ouders de kinderen moeten opvoeden, maar de kinderen de ouders”. Ieder kreeg een condoom in een kaartje waarop stond ‘vrijkaartje’. Aids-preventie wordt dat dan genoemd... Dit is een vorm van hersenspoeling. En dan hebben we nog niets over de televisie gezegd. Als wij onze kinderen niet beïnvloeden, zullen anderen dat in onze plaats doen.

 



Soms is hardhandige correctie nodig

Ondanks alle goed onderwijs is het soms nodig correctief op te treden.
“Roede en bestraffing geven wijsheid, maar een aan zichzelf overgelaten knaap maakt zijn moeder te schande...
Tuchtig uw zoon, en hij zal u rust bereiden en u vreugde verschaffen”. (Spr. 29:15, 17)
Mensen reageren op lichamelijke straf vaak met emotionele afkeer. Alhoewel de aanbeveling van de Bijbel ondubbelzinnig en duidelijk is, reageren zelfs christenen die de Schrift van kaft tot kaft ernstig nemen tegen de gedachte dat kinderen lichamelijk getuchtigd moeten worden. Deze emotionele tegenreactie kan verschillende redenen hebben.
Ten eerste hebben weinigen goede voorbeelden gezien van hoe dit principe in de praktijk gebracht kan worden. Misschien is men zelf nooit op deze wijze geholpen om discipline aan te leren, en is men dus onbekend met de vrucht van liefdevolle tuchtiging. Of misschien is men juist opgegroeid in een situatie waarin lichamelijk straf op impulsieve wijze werd toegepast, zodat het voor de kinderen meer een bron van angst en terreur was dan dat het zekerheid en veiligheid tot stand bracht. Indien de broeksriem van vader symbolisch aan de haak hangt en voortdurend bedreiging communiceert, is er veeleer sprake van autoritaire terreur dan van liefdevol gezag.
Ten tweede wil men zich niet identificeren met of gelegenheden creëren tot kindermishandeling. Wie gezag heeft hoeft zich minder op te winden en kan in rust tuchtigen. Wie, daarentegen, kinderen slaat om zijn gezag op te dringen, uit pure agressie of om zo zijn eigen frustratie af te reageren handelt verschrikkelijk gevaarlijk. Driftig slaan heeft niets van doen met ouderlijke liefde, integendeel. Autoritair opvoeden breekt de wil van het kind. Het gehoorzaamt uit angst. De eigen verlangens worden in de kiem gesmoord en het wordt gemakkelijk beïnvloedbaar. Voldoen aan de verwachtingen van anderen wordt een belangrijke drijfveer. Of, het kind koestert zijn verlangens in bitterheid en innerlijke opstandigheid, en past zich uiterlijk ogenschijnlijk netjes aan, totdat de bom barst. Voeg daarbij alle lichamelijke en psychische schade die mishandeling vergezellen, en het zal duidelijk zijn dat dit soort misbruik van de roede geenszins de bedoeling kan zijn van een liefdevolle hemelse Vader.
Dit gezegd zijnde, zal dit artikel toch gaan over het stellen van duidelijke grenzen en het desnoods gebruiken van lichamelijke tuchtiging indien de grenzen overschreden worden. Gods tuchtiging staat steeds in het teken van “een vreedzame vrucht die bestaat in gerechtigheid”. Die vrucht wordt volgens de schrijver van de brief aan de Hebreeën onder andere bereikt via het uitoefenen van gezag en het schijnbaar toebrengen van verdriet. Vaders tuchtigen “voor luttele dagen naar hun beste weten”. Ze maken soms fouten. Maar het is niet omdat sommigen tuchtiging verkeerd gebruiken dat de fout gemaakt mag worden om deze methode uit het opvoedingsproces te schrappen. (Zie Hebr. 12:7-11)
Kinderen die aan zichzelf overgelaten worden, maken hun ouders ten schande. Ik kom wel eens op plaatsen waar dreumesen boksen, schoppen, gooien en “neen” gillen. De ouders schamen zich en vergoelijken het probleem met uitspraken als: “Hij weet wat hij wil, er zit pit in het kereltje”. Ik maak mij zorgen over de toekomst van deze kinderen. Hoe kunnen wij verwachten dat ze later in de maatschappij evenwichtige burgers zijn die aangepaste waarden hanteren wanneer daar reeds vroeg in de ontwikkeling van wordt afgeweken? Hoe is het mogelijk dat kinderen die hun eigen normen bepalen en die voortdurend toegeven aan hun persoonlijke verlangens en voorkeur ooit volwassenen worden die geleerd hebben wat onderdanigheid, liefde en vertrouwen is? Het eindstation van een alles-is-toegelaten-leven is egoïsme, wetteloosheid, frustratie en verslaving aan allerlei begeerten. Zo’n kind gaat een ongelukkig leven tegemoet.

 

Tuchtiging afhankelijk van de leeftijd
Een flinke tik op de vingers is vooral nuttig voor kleine peuters. Je kan hen niet uitleggen: “Spelen met de vaas mag niet, want vazen zijn duur...” Een peuter begrijpt dit niet en speelt gewoon verder. Tegenover kleine kinderen hoeft men niet altijd redelijk te zijn: ze hebben er vaak het inzicht niet voor. Een duidelijk “neen” en een tik bespoedigt het leerproces waardoor een kind de grenzen leert kennen. Als je kruipertjes in huis hebt, moet je niet beginnen met alles wat breekbaar is hoger te zetten. Een flinke tik, en desnoods een paar na elkaar, maken al gauw duidelijk wat kan en wat niet.
Soms bereik je meer door een kind over de knieën te leggen dan het op de knieën te nemen. Het toedienen van een pijnlijke tik op de vingers is een kwestie van communicatie: “Hier zijn grenzen”. Alhoewel zo’n peuter verschrikkelijk verdrietig op de pijn kan reageren, is alles een minuut later alweer “vergeten”. Kinderen zijn emotioneel ontzettend flexibel. Ze verwerken verdriet snel en kunnen gemakkelijk overstappen naar andere emoties. Emotioneel kunnen ze vlug over de tuchtiging heen stappen, maar ze vergeten ondertussen niet dat het overschrijden van een bepaalde grens pijn met zich meebrengt en dat het dus veiliger is zich binnen de grenzen te gedragen. Als ze de grenzen thuis leren, zullen ze ook elders de grenzen kennen.
Wanneer kinderen jong getuchtigd worden is het na hun vierde jaar meestal minder nodig om op te treden. Nadien gebeurt het wel met zekere regelmaat, maar toch beperkt. Onze kinderen krijgen regelmatig een flink pak op de broek, maar hooguit een paar keer per jaar. Ze hebben geleerd waar de grenzen liggen en dat wij die grenzen ernstig menen. Ze gedragen zich daar ook naar en staan bekend als brave en voorbeeldige kinderen. Naast het feit dat ze qua persoonlijkheid rustig van aard zijn, is dat vooral te danken aan de tuchtiging die ze ontvangen hebben. Nu plukken we de vruchten van hoe we het vroeger aangepakt hebben.
Regelmatig spreek ik met vrijgevochten jongeren. Niet zelden is hun kritiek op hun ouders: “Ik mocht alles doen en laten. Het kon hen niet schelen. Of ik nu lief was of stout, ze reageerden niet. Ik was het blijkbaar niet waard dat ze ingrepen”.

Tuchtiging afhankelijk van het vergrijp
Corrigeer hardhandig wanneer andere maatregelen onvoldoende effect hebben. Natuurlijk probeer je eerst met woorden te overtuigen, maar soms voel je aan dat een kind niet vatbaar is. De enige weg om het dan de grens te leren is een pijnlijke klap, zodat het leert waar de grens ligt. Tuchtiging is in dit geval een hulpmiddel dat een kind begeleidt naar een goede keuze, wég van de zonde. Tuchtiging doet pijn, maar tegelijkertijd bevrijdt het een kind vaak uit een situatie waarin het zelfstandig niet meer tot een goede keuze komt. Goede tuchtiging breekt op die wijze niet de wil van het kind, maar wel de macht van de zonde. Het helpt een kind de wil te buigen voor gezag in plaats van zonder zelfbeheersing onderworpen te blijven aan de overtreding.
Bij kleuters en oudere kinderen is tuchtiging aangewezen bij ernstige vergrijpen waarbij het kind wetens en willens koppig ongehoorzaam is. Dit betekent dat het kind bewust een gebod overtreedt. Wij vragen van onze kinderen onmiddellijke gehoorzaamheid. Indien ze niet luisteren tellen wij tot drie. Ze weten dat indien ze op ‘drie’ niet gehoorzamen, er klappen vallen. Ze zijn er meesterlijk in om precies te wachten tot de valreep van de ‘drie’... Dit laat zien dat ze geneigd zijn zoveel mogelijk langs de grens te lopen. In wezen is dit tellen tot drie reeds een stukje toegeven aan onwil. Toch bouwen we dit in omdat we willen dat lichamelijke tuchtiging hen nooit onverwachts overvalt. We houden er rekening mee dat ze misschien vermoeid zijn of hun aandacht er niet bij hadden. Vooraleer te besluiten dat er getuchtigd moet worden willen we eerst praten of laten weten dat indien er een grens overschreden wordt dit niet zonder gevolg kan blijven. In elk geval zijn ze steeds vooraf gewaarschuwd en kunnen ze de gevolgen van hun daden perfect inschatten.
In de puberteit is lichamelijke tuchtiging een uitzondering indien het vroeger consequent werd toegepast. Het is op een bepaalde leeftijd ook ongepast. Het schaamtegevoel van zo’n kind is dan sterk ontwikkeld, en tuchtiging kan leiden tot een immens gevoel van verwerping. Tuchtiging moet steeds respect voor het kind communiceren.

Alternatieve correctie
Doe ook aan passieve correctie. Soms kan een kind dingen doen waar onaangename gevolgen aan vastzitten. Confrontatie met die gevolgen zonder in te grijpen kan een nuttig effect hebben. Het gevolg is een tuchtiging op zich. Ouders kunnen dan troosten. Een slordig kind dat zijn zwempak vergeet voor de turnles, kan er baat bij hebben als de ouders er een keertje niet achteraan lopen, zodat het zelf de gevolgen leert van zijn daden. Kinderen die voortdurend in alles beschermd worden, trekken zich weinig aan van hun onvolkomenheden en gaan steunen op de correctie van de ouders. Zo ontlopen ze de eigen verantwoordelijkheid.
Een ander voorbeeld van tuchtiging dat kinderen confronteert met de gevolgen van een overtreding is “de zaterdagdoos”. Indien kinderen moeite hebben met het opruimen van hun speelgoed is de zaterdagdoos een prima oplossing. Leg de kinderen uit dat ze verwacht worden hun speelgoed op te ruimen en wees daarin specifiek (Wat is opgeruimd? Wanneer? Waar? Enz.). Leg uit dat alles wat je vindt nadat de tijd van opruimen voorbij is, opgeborgen wordt in een doos. Het komt er pas opnieuw volgende zaterdag uit. Wat niet opgeruimd is blijft dus tot zaterdag onbereikbaar.
Bedenk tuchtiging die past bij wat het kind heeft misdaan en die aansluit bij de persoonlijkheid van het kind. Slaan is niet altijd de beste weg. Wees vindingrijk. Dat kan alleen als je zelf rustig bent en niet impulsief reageert.
Bv. “Nu moet je zelf maar zien wat er van komt, ik ga je niet meer straffen”. Dit kan voor sommige kinderen als een afwijzing klinken die hen ontmoedigd, maar het kan voor andere juist een stimulans zijn. Misschien ervaart een ander het als een vrijbrief. Pas de straf dus aan aan de persoonlijkheid en de te verwachten reactiepatronen van het kind.
Bv. “Vandaag ga je te voet naar school en laat je de fiets thuis. Gebruik de tijd van het wandelen om na te denken over wat je deed. Vanavond praten we er samen over.”
Bv. “Deze week ga je niet voetballen, in de plaats daarvan mag je iets voorstellen waarmee je mij helpt.”
Bedenk geen vormen van tucht die een kind zodanig isoleren dat er een onoverkoombaar gevoel van verwerping gecommuniceerd wordt.
Ik hou er niet van een klein kind in de hoek te zetten. Het is dan tijdelijk uit de gemeenschap gesloten, en het heeft ook veel tijd om bitterheid te koesteren. Kleine kinderen snappen hoe dan ook al niet wat er gaande is, turen rond en dwalen weg uit de hoek. Een korte flinke tik is een genadiger manier van tuchtigen dan een zachte aanpak die verwerping communiceert. God sluit zijn kinderen niet uit van het kindschap omwille van hun zonde! Sluit dan ook uw eigen kinderen niet uit.
Maar voor sommige kinderen kan een korte uitsluiting uit de groep misschien juist tot nadenken stemmen en constructief werken. Laat ze maar eens nadenken over wat fout ging, wat ze missen nu ze even in de kou staan, hoe ze hun fout kunnen herstellen, enz. Uitsluiting heeft hier de betekenis van het nadenken over een ommekeer, en het opnieuw in de gemeenschap opgenomen worden. Is een kind zover dat het dit verstandelijk kan verwerken?
Let ook op verwerpende uitspraken die dreigen (“Als je dit durft zal ik nooit meer...”), beschuldigen (“Wat heeft meneer nu weer gedaan. Jij bent altijd de eerste om ruzie te maken..."), beledigen (“Jij bent de schande van de familie...”), negeren (Pfff...), voorspellen (“Ik zal je eens vertellen waar jij terecht zal komen...”), vergelijken (“Als je je maar eens wou gedragen zoals...), enz. Een standje geven moet correct en met liefde gebeuren.

 

Hoe ga je te werk?

1. Communiceer de grenzen
Communiceer de grenzen duidelijk en eenduidig aan het kind. Als je iets stelt, handel er dan ook naar. Laat je ja ja zijn, en je neen neen. Indien je tuchtiging vooropstelt, moet je het ook uitvoeren, ook al komt dat niet goed uit. Wees ook in dit opzicht beelddrager van God. Ouders die consequent handelen, bevorderen bij hun kinderen voorspelbaarheid in hun reacties. Ze zullen ophouden met dingen uit te proberen en sneller geneigd zijn tot medewerking. Wie niet consequent is in de opvoeding ligt zelf aan de bron van conflicten, weerstand, rusteloosheid en onzekerheid bij de kinderen.
Wil je de gevolgen kwijt schelden en gratie verlenen, doe dat dan wel overwogen en niet uit slapte. Pas in de regel de tucht toe. Ook als kinderen spijt hebben, kan het toch nodig zijn om te tuchtigen uit liefde voor het kind. Laat je niet verleiden door pruillipjes of luid geween.
Soms hebben papa’s en mama’s een meningsverschil. De ene is wat strenger dan de ander. Probeer vooraf goede afspraken te maken. Indien er één is die tuchtiging vooropstelt en de ander is het er niet mee eens, begin dan geen discussie voor de ogen van de kinderen. Steun elkander, zelfs als je het niet helemaal eens bent. Het is beter nadien met elkaar te overleggen en indien nodig kan diegene die de tuchtiging op gang bracht naar het kind toe de eventuele fout recht zetten. In de praktijk is dit soms moeilijk: goede communicatie is nodig.

2. Evalueer of het gaat om bewuste kwaadwilligheid
Heb je de grens duidelijk gecommuniceerd? Weet het kind wat je verwacht? Misschien is het kind gewoon moe, waardoor het niet meer de nodige discipline kan opbrengen. In dat geval is tuchtiging onbarmhartig. Misschien heb je te hoge verwachtingen van het kind, zodat het boven vermogen belast wordt. Misschien past het veeleer om instructie te geven hoe iets gedaan moet worden dan om een standje te geven voor iets dat het kind nog niet kan.

3. Reageer niet vanuit verkeerde motieven en doelstellingen
Onderzoek je motivatie. Wil je tuchtigen om zelf rust te hebben (“Zeg, laat mij met rust. Ik mag ook wel even rustig in de zetel liggen..), omdat je je eigen persoonlijke voorkeur opdringt aan het kind (“Ik erger me aan je. Je stelt me teleur...”), uit verlegenheid of trots (“Wat zullen de andere mensen nu denken?”), uit persoonlijke nood of vermoeidheid (“Je maakt me kapot. Stop dat lawaai. Ik krijg er hoofdpijn van”, uit persoonlijk ongemak (“Je weet dat je dat niet moet vragen wanneer ik naar het nieuws kijk”), om op je rechten te staan (“Zeg, laat mij eens met rust, ik mag toch eens naar mijn TV-programma kijken”), om te domineren (“Je doet het omdat ik het zeg”), door het kind emotioneel te isoleren en te manipuleren (“Als je dit doet dan ontgoochel je je moeder ontzettend”), door God aan jouw kant tegen het kind te plaatsen (“Wat is dat voor iemand die beweert zijn leven aan God gegeven te hebben? Denk je dat Hij nu nog met jou verder wil?”), enz. Reageer je uit boosheid en frustratie of uit liefdevolle zorg voor het kind?
Kritiek, vijandigheid, overbezorgdheid, spijt, frustratie of jaloersheid bij de ouders leren het kind veroordeling, agressie, angst, zelfmedelijden en haat. Vriendelijke terechtwijzing wekt vertrouwen, zelfaanvaarding, welwillendheid en waardering.

4. Neem het kind apart
Begin geen gesprek of tuchtiging voor de ogen van de rest van het gezin, en zeker niet voor de ogen van een vreemde (tenzij het om peuters gaat die niet kunnen inschatten wat anderen denken). Kinderen mogen niet het gevoel krijgen dat ze in de ogen van anderen vernederd worden. Praat nooit negatief over je kind in het bijzijn van anderen. Laat het kind in zo’n geval persoonlijk weten dat je er later op terugkomt.
Indien je onvoldoende zelfbeheersing hebt, of je wil als vrouw dat je man de tuchtiging uitoefent, vertel het kind dan dat het over de grens gegaan is en dat je er later, of straks als papa thuis is, op terug zal komen en dat het getuchtigd zal worden.
Tuchtig het kind onder vier ogen, bij voorkeur in de veiligheid van thuis, en op een plaats waar je niet gestoord kan worden.
Het apart gaan zitten neemt het kind ook weg uit de context van het conflict. Er wordt niet impulsief tijdens het conflict opgetreden, maar de ouder stapt met het kind uit de omstandigheid van het conflict. Wie een stok gebruikt om te tuchtigen moet die gaan halen. De stok mag niet altijd tegenwoordig zijn, maar wordt boven gehaald, zodat er gecommuniceerd wordt: “dit is het einde van het conflict, nu komt er een moment van onderwijs en correctie”.
Opmerking: stok of hand?
Zelf gebruik ik geen stok, maar mijn hand. Dan voel ik de pijn ook zelf. Wie echter niet krachtig genoeg is, heeft misschien een stok nodig. Sommigen argumenteren dat een hand bedoeld is om lief te hebben en te strelen, niet om pijn te berokkenen, en gebruiken daarom een stok. Er kan geargumenteerd worden dat wanneer de bijbel over een stok of roede spreekt, die dan ook gebruikt moet worden.

5. Leg duidelijk uit waarom je gaat tuchtigen
Ik probeer nooit het woord “straf” te gebruiken. Jezus heeft immers al onze straf gedragen. Straf is een vergelding voor iets wat in het verleden fout is gegaan. Dat heeft Jezus al gedragen. Tuchtiging dient om op te voeden, zodat het in de toekomst beter gaat. Het is geen negatieve reactie op het verleden, maar een positieve ingreep met het oog op de toekomst. God tuchtigt wie Hij liefheeft (Hebr. 12:6). Communiceer die liefde aan het kind en leg uit waarom je toch moet tuchtigen.

6. Tuchtig kort en gevoelig
Tuchtiging moet effect hebben. Het kind moet onder de indruk zijn van de tuchtiging: “Ik moet terug gaan naar de grens die mijn ouders gesteld hebben”. Indien het kind je uitlacht, boos reageert of onverschillig is, heb je het doel niet bereikt. Bij een peuter volstaat meestal een flinke tik op de vingers. Ga indien nodig tik na tik verder, totdat het kind doet wat je verlangt. Bij kleuters en schoolkinderen geef je best, afhankelijk van de ernst van het vergrijp, één of een paar harde klappen op de billen (niet op de luier, dat heeft geen effect). Laat het kind vooraf weten hoeveel tikken het zal krijgen. Dan weet het waar het aan toe is, en bescherm je jezelf tegen impulsief reageren. Sla gecontroleerd en beredeneerd.
Soms is één van beide ouders niet in staat om te tuchtigen. Hierin kunnen lichamelijke zaken een rol spelen. Wie ziek of zwak is heeft misschien niet de kracht om goed op te treden. Misschien zijn moeders in het algemeen emotioneler en meer betrokken en hebben vaders het gemakkelijker om vanuit een gezagspositie te functioneren. In dat geval kan het een goede afspraak zijn dat de gezonde persoon, of de vader, tuchtigt. Er kunnen afspraken gemaakt worden omtrent een rolverdeling in het tuchtigingsproces. De andere ouder gaat daar dan natuurlijk wel achter staan!
Indien diegene die tuchtigt niet aanwezig is kan de tuchtiging uitgesteld worden. Dit uitstel is slechts zinvol wanneer het kind in staat is de tijd tussen het vergrijp en de tuchtiging mentaal te overbruggen, zodat het nog snapt waarover het gaat en wat er precies fout is gegaan. Concreet betekent dit dat uitstel bij kleine kinderen niet aangewezen is. Het kind moet in zijn geheugen nog het verband kunnen bewaren tussen het vergrijp en de tuchtiging.

7. Troost het kind
Plaats de tuchtiging in het kader van liefde en zorg. Indien je het goed deed, zal je zelf meer pijn ervaren dan het kind. Je overheersende gevoelens moeten gevoelens zijn van ontferming. Indien je boosheid voelt, heb je wellicht te snel en verkeerd getuchtigd. Praat met het kind: “Dit is jammer. Ik doe dit niet graag en het maakt mij ook verdrietig. Maar alles is nu voorbij. We beginnen opnieuw.” Toon diepgaand medeleven in woord (praat troostend) en daad (omhelzing, enz.).

8. Bid met het kind
Verwijs naar de Heer: “Papa weet wat het betekent om ongehoorzaam te zijn, want ik ken die dingen uit mijn eigen hart. Maar gelukkig hebben wij de Heer Jezus leren kennen. Hij helpt ons om het goede te doen. Zullen we om vergeving vragen en bidden dat Hij je mag helpen ?”. Bid zelf en laat het kind ook bidden.

9. Knuffel het kind
Eindig met een knuffelpartij. Of zorg ervoor dat je partner in de buurt is, zodat die ook betrokken is en kan troosten. De persoon die tuchtigt moet in elk geval mee troosten, zodat er geen wanverhouding ontstaat waarin de ene ouder de boeman wordt en de andere de lieve.

Tot slot
Onze kinderen hebben het ons nooit kwalijk genomen dat ze op die manier getuchtigd zijn. Natuurlijk vinden ze het niet fijn, maar ze weten dat het nodig is en dat ze zo leren om Jezus te dienen. Eéntje kwam met een minder goed schoolcijfer thuis en was bang dat we boos zouden worden. Dat deden we niet, waarop ze zei: “Jullie zijn nooit boos”. Alsof ze ons dit kwalijk nam. Ze kon niet goed inschatten hoe we er dan wel over dachten, aangezien ze zelf vond dat er voldoende reden was om haar te verwerpen. In die zin zijn wij “nooit boos”. Uiteraard zijn wij wel eens streng en maken wij soms met verheffing van stem onze wensen duidelijk. Toch ervaren de kinderen dit niet als verwerping. Ze weten dat wij onvoorwaardelijk van hen houden. Als wij fouten maken, zijn zij genadig met ons, want ze hebben geleerd dat wij genadig zijn met hen, en dat wij samen op weg zijn om Jezus te volgen. Wij leven hen Gods rechtvaardigheid en vergeving voor en helpen hen zodoende Zijn heiligheid te leren kennen en Zijn vergeving te ontdekken. Zij kiezen niet voor gehoorzaamheid omdat wij hen domineren, maar omdat ze zelf willen worden zoals wij zijn: mensen die God met liefde dienen.

 

© Centrum voor Pastorale Counseling: www.pastoralecounseling.org. Verschenen in het tijdschrift van het Centrum voor Pastorale Counseling: www.helpenmetdebijbel.org. Website van de auteur: www.devriese.eu.